Beschrijving conflict

Achtergrond en kadering:
Van midden 2008 tot midden 2010 was ik op professioneel vlak actief als outplacementbegeleider. Als outplacementbegeleider begeleid je ontslagen werknemers bij het gericht zoeken naar en het verwerven van passend werk in loondienst of als zelfstandige. Deze begeleiding kan zowel individueel als in groep (15-tal personen) plaatsvinden.
In een van mijn eerste outplacementgroepen zat Geert, een 45-plusser. Hij werkte meer dan 25 jaar als arbeider in een textielbedrijf. Midden 2008 voerde het bedrijf een herstructurering door en werd Geert ontslagen. Volgens de wetgeving zijn 45-plussers die getroffen worden door een herstructurering verplicht om outplacementbegeleiding te volgen. Als ze outplacementbegeleiding weigeren, kunnen ze hun recht op werkloosheidsuitkeringen verliezen. De outplacementkandidaten krijgen in de loop van een jaar 15 outplacementsessies van 4 uur.
De outplacementbegeleider kan je vergelijken met een leraar (met vooral een coachende rol), de outplacementkandidaat met een cursist en de outplacementsessies met een les.
Ontstaan van het conflict:
Tijdens de allereerste outplacementsessie van de groep ontslagen werknemers van dat textielbedrijf zat dus Geert. Ik begon die sessie met mezelf en het programma voor te stellen. Toen ik begon met de voorstelling van het programma haalde Geert een krant boven en begon er in te lezen.
Mijn reactie als leidende figuur en evolutie van het conflict:
Als outplacementbegeleider vond ik dat gedrag ontoelaatbaar. Het was voor mij een teken van desinteresse en een manier om mij uit te dagen. Ik heb toen een opmerking gemaakt op kalme en vrij humoristische toon: “Ik zie dat Geert de krant meegebracht heeft, daar staan vast heel wat interessante vacatures in!” Ik hoopte dat hij door die opmerking de krant aan de kant zou leggen en terug aandacht zou besteden aan de voorstelling van het programma. Geert antwoordde echter: “Ik weet niet of er vacatures instaan, het sportnieuws is veel interessanter.” Ik interpreteerde dit terug als een uitdaging. Dan heb ik gereageerd als volgt: “Ik heb er geen probleem mee als jullie kranten meebrengen met vacatures, dat vind ik zelfs positief en die kunnen we dan tijdens de outplacementsessies samen doornemen. Het sportnieuws is echter lectuur voor thuis.” Natuurlijk hoopte ik dat Geert mij niet verder zou uitdagen en zijn krant zou wegsteken, maar dat gebeurde niet. Hij bleef gewoon verder het sportnieuws lezen.
Toen ben ik gewoon verdergegaan met de voorstelling van het outplacementprogramma aan de rest van de groep. Eigenlijk heb ik Geert de rest van de sessie genegeerd.
Na de outplacementsessie ben ik echter op hem toegestapt en heb gezegd dat ik even met hem wou spreken. Ik zei: “Geert, ik heb gemerkt dat je hier tegen je zin zit en voel me daar niet goed bij. Heeft dat iets met mij te maken?” Ik stelde die laatste vraag, omdat ik als beginnend outplacementbegeleider twijfels had over mezelf, meer bepaald over mijn jonge leeftijd en de vraag of een groep 45-plussers een prille dertiger zou aanvaarden als hun begeleider. Geert antwoordde: “Neen, dat heeft niks met jou te maken.” Dit was voor mij al een grote geruststelling. Ik vroeg vervolgens: “Waarmee dan wel?” Geert antwoordde: “Ik vind het belachelijk dat we verplicht worden om outplacementbegeleiding te volgen, ik wil dat gewoon niet volgen.” Hierdoor wist ik dat de outplacementverplichting hem zwaar op de lever lag en de oorzaak was van zijn tegenwerking. Ik heb met empathie gereageerd: “Geert, ik begrijp dat het niet leuk is om ergens toe verplicht te worden. Het is al zo erg om je werk te verliezen en dan een programma volgen dat je eigenlijk niet wil… ik snap je, maar ik kan aan die wettelijke verplichting helaas niks veranderen. Ik ben hier om jou aan ander werk te helpen, maar ik kan enkel mensen helpen als ze er zelf open voor staan.” Het gesprek ging nog even door in een heel constructieve sfeer. Op het einde van het gesprek wist Geert dat hij bij mij terecht kon voor hulp. We spraken af dat hij niet zou tegenwerken, maar ook dat ik hem niet nodeloos zou “aanduiden” tijdens de sessies.
Resultaat van mijn interventie (ook op langere termijn):
De volgende sessie had Geert geen krant meer bij. Het was weliswaar door zijn lichaamstaal duidelijk dat hij nog steeds tegen zijn zin naar de outplacementsessies kwam, maar hij zorgde niet voor ordeverstoringen, zodat ik telkens gewoon mijn programma op een rustige manier kon afwerken.
Bij alle andere groepen die ik later nog toegewezen kreeg, heb ik de outplacementverplichting bij elke eerste sessie ter sprake gebracht. Ik heb de outplacementkandidaten hun hart laten luchten en begrip getoond voor hun ongenoegens.

Wat ik vind van mijn reactie en hoe ik het nu zelf zou doen:
Ik denk dat ik op dezelfde manier zou reageren als toen.
Ik heb me achteraf weliswaar de bedenking gemaakt dat zijn gedrag vooral storend was voor mij, maar niet of minder voor de groep. Misschien had ik dus helemaal geen opmerking moeten maken? Dan zou ik echter waarschijnlijk overgekomen zijn als een leider zonder gezag bij wie je alles mag. Ik denk dus dat ik er goed aan gedaan heb om toch een opmerking te maken. Zo weet de rest van de groep ook dat ze zijn negatieve voorbeeld niet moeten volgen.
Een wijziging in zijn gedrag heb ik met mijn opmerking echter niet bereikt. Misschien had ik hem explicieter moeten vragen om de krant weg te steken, maar wat als hij dan geweigerd had? Op dat moment wist ik niet goed hoe ik het conflict verder kon aanpakken, maar ik wou het zeker niet laten escaleren. Daarom heb ik beslist om Geert gewoon te negeren en mijn programma af te werken, maar hem wel na de sessie apart aan te spreken. Ik denk dat dit ook een goede beslissing was, omdat het ging om een conflict met een individuele outplacementkandidaat en niet met de groep. Had ik hem in groep verder aangepakt, dan had hij waarschijnlijk minder constructief gereageerd. Een mens reageert immers anders in groep dan in een individueel gesprek. Als beginnend outplacementbegeleider stond ik trouwens ook nog niet sterk genoeg in mijn schoenen om hem in groep aan te pakken.
Door open vragen te stellen, te luisteren, empathie te tonen en zijn emoties te benoemen in het individuele gesprek, heb ik zijn beweegredenen ontdekt en heb ik hem waarschijnlijk ook aangezet tot nadenken over zijn eigen gedrag. Volgens mij was hij opgelucht doordat hij gewoon eens zijn mening over de outplacementverplichting had kunnen formuleren. In dat individueel gesprek heb ik ook een ik-boodschap gebracht, namelijk dat ik mij niet goed voelde bij de situatie. Dit zal voor hem minder bedreigend overgekomen zijn dan een jij-boodschap.
Wat ik toen wel verkeerd deed, was zijn gedrag persoonlijk opnemen. Als beginnend outplacementbegeleider had ik namelijk twijfels over mezelf, meer bepaald over mijn jonge leefijd en de vraag of een groep 45-plussers een prille dertiger zou aanvaarden als hun begeleider. Die bezorgdheid bleek echter onterecht.

Vragen voor de andere cursisten:

  • Hoe zou jij als outplacementbegeleider reageren in een dergelijke situatie?
  • Welke andere goede manieren zijn ook nog mogelijk?
  • Had ik hem explicieter moeten vragen om de krant weg te steken? Had ik hem strenger moeten aanpakken toen hij toch de krant bleef lezen?

Reacties van de andere groepsleden op deze gevalstudie

(Hye-Sook) Ik denk dat je juist gehandeld hebt. Je kan natuurlijk niet anticiperen op de reactie van de andere persoon, maar ik vermoed dat je dat voor een deel nooit zal kunnen. Ik vind zelfs dat het juist jouw sterkte is geweest –zeker bij volwassenen-, om rustig te blijven en er niet al te veel op in te gaan. Het zou anders misschien als vernederend kunnen worden ervaren om aangepakt te worden in een onbekende groep door een onbekend persoon. Het lijkt met ook handig om aanvankelijk naar de deelnemers hun verhaal te peilen, zo stem je hen gunstig en maak je een hele menselijke, meelevende indruk. Het is moeilijk om een andere goede manier te bedenken, aangezien je aanpak hier wel degelijk werkte. Misschien had je kunnen aandringen tot hij zijn krant wegstak, maar ik denk niet dat die aanpak had geloond. Hij kwam tegen zijn zin en zou tegen zijn zin blijven komen. Ik denk dat hij met zijn krant ook eerder een statement wou maken, dan echt persoonlijk op je zenuwen te willen werken. Je had eventueel kunnen wijzen op het feit dat het een onrespectvolle houding is naar de andere deelnemers toe in de hoop dat hij op een verantwoordelijke manier zou reageren en zijn krant zou wegsteken. Ik denk echter dat je na de les zijn signaal goed geïnterpreteerd hebt en hem zijn hart hebt laten luchten.

(DelphineN) Ik vind dat je de situatie goed hebt aangepakt: had je heel kordaat en dictatoriaal gereageerd op het voorval met de krant dan had jij met je tegen-gedrag wellicht tegen-gedrag bij de cursist uitgelokt. Nu heb je er goed aan gedaan om averechts te reageren: uiteindelijk heeft je positieve stimulatie ertoe geleid dat er geen conflicten meer zijn gekomen. Zeker als je als jonge leerkracht/begeleider nog onzeker bent, zou het contraproductief kunnen werken dat jij ten opzichte van volwassenen die een pak ouder zijn op een eerder agressieve wijze gezag wilt afdwingen.
De volwassenen in deze situatie brengen een triest verhaal mee, en willen dat misschien graag delen; door je dominant op te stellen ten opzicht van deze ene persoon, had je misschien ook het vertrouwen en de sympathie kunnen verliezen van de andere cursisten, die er door je dominante gedrag misschien hadden van afgezien om hun verhaal te delen, hun hart te luchten. Ook dat was een jammere zaak geweest. Voor mij heb je dus zowel in het belang van Geert, als in het algemene belang van de groep, goed gehandeld.

(DelphineD): Ik vind ook dat je goed gehandeld hebt in deze situatie. Blijven doorgaan op het geval van de krant tijdens de les, zou storend geweest zijn voor jou en voor de hele groep. Nu heb je wel duidelijk gemaakt dat je het ongepast vond dat er hij op die manier toonde dat hij niet geïnteresseerd was, maar je hebt het gelaten voor wat het was. Je hebt ervoor gezorgd dat de voortgang van de les er niet door werd verstoord. Het is ook goed dat je hem dan achteraf wel aangesproken hebt, dat toont ook dat je echt geïnteresseerd bent in wat de man te vertellen heeft en wat er scheelt. Het toont ook dat je wil helpen, maar dat je toch wil dat men ordeverstorend gedrag achterwege laat.

(Inna)
Nico, je hebt het conflict niet alleen beschreven, maar zelfs je reactie met sterke argumenten verdedigd. Je liet ons weinig “arbeidsterrein”, hoor! :)
Ik vind dat jouw reactie op Geert zijn gedrag als voorbeeld kan dienen voor beginnende leerkrachten die met volwassenen werken. Je bleef rustig, probeerde humor in te schakelen. Het is jou niet gelukt om Geert van zijn krant weg te krijgen. Je negeerde hem en ging door met de les. Je hebt prioriteiten gesteld en besloten om jouw kostbare tijd aan de andere cursisten toe te wijden. Het kon niet beter. Er was geen nood aan machtsstrijd. Je hebt het conflict op een beschaafde manier opgelost.
Als zorgzame en verantwoordelijke leraar heb je Geert na de les aangesproken en alle scherpe kantjes afgerond, zodat iedereen zijn plan kon uitvoeren. Goed zo!
Je vraagt of we andere goede manieren kunnen voorstellen om Geert bij de les te krijgen. Het is best moeilijk, vind ik. Jij hebt het perfect gedaan. Ik zou ook in dit geval geen verdere sancties ondernemen. Hij was ontgoocheld en boos na zijn ontslag, zat diep in zijn negativisme, toonde geen interesse voor het outplacementprogramma. Die krant was een symbool van zijn rebellie. Na jullie gesprek is Geert zijn krant samen met zijn opstandig gedrag verdwenen. Hij deed met de groep mee, helaas zonder veel enthousiasme, maar toch. Jouw missie was voltooid.

Ilse

Persoonlijk vind ik dat je deze situatie op een heel professionele manier hebt aangepakt. Je was nieuw in de functie en kreeg direct te maken met een groep personen die net een job hadden verloren. De opleiding was ook verplicht, dus dan kan je ook verwachten dat er een aantal mensen zullen zijn die liever niet op deze sessies aanwezig zijn. Je heb de situatie met de "ordeverstorer" goed aangepakt. Je merkte op dat hij de krant aan het lezen was, en hebt dit met een kwinkslag aangepakt. Toen dit niet werkte, heb je je tot de volledige groep gericht en getoond dat je het niet apprecieerde dat er niet meegewerkt werd in de klas. Door de "ordeverstorer" te negeren, heb je hem getoond wie er de touwtjes in handen heeft. Je hebt hem na de sessie ook aangesproken, waar je ook begrip hebt getoond voor zijn situatie. Persoonlijk zou ik dit voor de voltallige groep doen in het begin van de les. Een beetje empathie tonen voor hun leefwereld en situatie, en ook tonen dat je er bent om hen verder te helpen, doet volgens mij al veel. Ik denk dat de lessen al veel vlotter zullen verlopen op deze manier. Een andere manier om boze, ontgoochelde en negatief ingestelde personen na hun ontslag te motiveren, is hen vooral aantonen dat je begrip hebt voor de situatie, en dat je er bent om ze te helpen. Open dialoog doet wonderen, maar mag ook niet gaan ontaarden in te zachte aanpak. Sterke aanpak Nico !

(Charlotte)
Als beginnend leerkracht ga je ook door een aantal fases, waarbij je in de eerste fases vooral onzeker bent over jezelf, je voorkomen en je uitstraling naar de klas. Ik denk dat het dus perfect normaal was dat je onzeker was over de desinteresse van Geert, en dat je die ongeïnteresseerdheid linkte aan jouw capaciteiten. Ik vind het zeer knap dat je op de man af gevraagd had waar zijn probleem vandaan kwam, in de eerste plaats omdat je dan op een rationele manier met hem kon praten, maar ook zeker en vast omdat je dan zekerheid voor jezelf zou hebben. Ik denk wel dat je dat niet aan iedereen kan vragen, en als je die vraag zou stellen aan leerlingen in het secundair onderwijs zou je misschien je gezag kunnen verliezen of zou je tot een veel minder constructief gesprek kunnen komen. Als dit een situatie in het secundair onderwijs was geweest, dan denk ik niet dat ik zou aanvaard hebben dat Geert zijn krant zou zitten lezen in mijn klas. In deze situatie, waarbij je als begeleider eigenlijk weinig hebt om mee te ‘dreigen’ of te sanctioneren, is het des te belangrijker dat je een goede relatie hebt met je ‘leerlingen’. Rekening houden met zijn motivering en zijn ideeën was hier dus de beste manier om verder te gaan. Zijn storende gedrag heb je volgens mij zeer goed aangepakt: eerst met humor, en daarna door het te negeren: de andere kandidaten zouden zich alleen maar gestoord hebben aan het conflict, en zouden misschien ook hun motivatie verloren zijn. Misschien had je dat eerste conflict wel kunnen aangrijpen om de kandidaten te laten vertellen over hun ervaringen, maar dat hing natuurlijk af van het moment zelf en van de sfeer die toen in de klas ging. Ik denk wel dat je belangrijke lessen hebt geleerd uit die eerste ervaring, wat je bewijst door te zeggen dat je in de andere sessies met nieuwe kandidaten eerst een moment vrijmaakte om hun motivering etc. te bespreken. Op die manier profileer je jezelf als een empathische leider. Bij mensen die net hun werk hebben verloren lijkt dat me een goede strategie.


Conclusie

Uit de reacties denk ik te mogen concluderen dat ik goed gehandeld heb.
In deze situatie toonde Geert opstandig (Roos van Leary) gedrag. Hij was tegendraads en negatief ingesteld en vertoonde met andere woorden tegen-gedrag. Dergelijk gedrag mag je niet met tegen-gedrag beantwoorden, anders zou de situatie wel eens kunnen escaleren. Tegen-gedrag kan je het best op een paradoxale manier beantwoorden en daarom heb ik dan ook rustig en vriendelijk samen-gedrag vertoond. Hierdoor kon Geert zijn onvriendelijk gedrag niet volhouden.
Ten opzichte van Geert heb ik een participerende/samenwerkende leiderschapsstijl aangenomen. Hij toonde onvoldoende bereidheid om de taak uit te voeren en daarom heb ik als leider aandacht besteed aan zijn weerstanden en heb ik gefocust op zijn motivatie.
Door mijn handelwijze heb ik blijk gegeven van withitness, maar ook van vaart. Ik heb namelijk enerzijds laten merken dat ik zijn niet-taakgericht gedrag had opgemerkt en anderzijds heb ik de les niet onnodig lang onderbroken. Ik heb toch blijk gegeven van gezag door van de start van het niet-taakgericht gedrag te reageren en aan te geven wat voor mij kan en niet kan.
Verder heb ik als leider zowel mijn relatiegerichte als mijn taakgerichte kant laten zien. Ik heb mij menselijk opgesteld, ben ik gesprek gegaan met Geert en heb interesse en empathie getoond voor zijn mening en gevoelens. Ik ben er echter niet in meegegaan, want ik heb geprobeerd om hem het nut van outplacement te laten inzien. Het taakgerichte aspect ligt hem vooral in het feit dat ik verder ben gegaan met de les zonder ze onnodig lang te onderbreken, en in het schenken van aandacht aan de andere cursisten die wel meewerkten.
Geerts gedrag was veeleer niet-taakgericht gedrag en ik mag het niet echt als ordeverstorend gedrag bestempelen. Zijn gedrag was immers niet storend voor de groep. Daarom was het ook een goede beslissing om geen machtsstrijd met hem aan te gaan in groep. Als leider heb ik mij aan zijn gedrag geïrriteerd, maar heb ik gelukkig autoritair gedrag kunnen vermijden. Gedrag kan je ook op verschillende manieren interpreteren, dit blijkt duidelijk uit dit voorbeeld. Geert wou gewoon een statement maken en was niet tégen mij, terwijl ik dit in eerste instantie anders zag. Perceptie en realiteit zijn vaak verschillend. Dit heeft ook te maken met het feit dat ik als beginnend outplacementbegeleider nog sterk op mezelf gericht was.
Om op het niet-taakgerichte gedrag te reageren heb ik twee middelen ingezet: motivatie en verbale communicatie. In het gesprek onder vier ogen heb ik geprobeerd hem het nut van outplacement te laten inzien en ook aan onze persoonlijke band gewerkt, wat toch enige positieve invloed gehad heeft op zijn motivatie. Bij mijn verbale communicatie heb ik gelet op wat ik zei (humor) en hoe ik het zei (rustig, vriendelijk). Communicatie is dus mijn belangrijkste wapen geweest om het conflict te bestrijden, vooral in het gesprek onder vier ogen. Ik heb open vragen gesteld en zijn gevoelens benoemd, waardoor hij zich begrepen voelde. Mijn ik-boodschap kwam voor hem ook minder bedreigend over.
Volgens mij heb ik ook tijdig ingegrepen, aangezien het conflict eigenlijk nog in de opstartfase zat. Ik heb het gedrag tijdig opgemerkt en de onderhuidse spanning aangevoeld.
Uit deze situatie heb ik verder geleerd dat het belangrijk is om in een eerste sessie of les een aantal regels of normen (vb. respect voor elkaar) vast te leggen en naar het verhaal van de deelnemers te peilen.

....