Korte situatieschets:

Deze gebeurtenis speelde zich af toen ik in het 5e jaar Economie-Moderne Talen zat op een meisjesschool. De klas was beroemd en berucht op school. Het was een rumoerige klas met 25 meisjes van 17 jaar. Er zaten wel meerdere primussen in de klas, maar ook zij zetten de klas meestal op stelten. De leerkrachten hadden een moeilijke taak om dagelijks iedereen te doen opletten en rustig te houden.
M. is één van de meisjes uit de klas. Zij heeft nog 4 broers en zussen die allemaal jonger zijn dan haar. Ze hebben al jaren geen contact meer met hun vader, want die is verhuisd naar Nederland en wenst geen contact meer met zijn kinderen. De kinderen wonen allemaal in een kindertehuis omdat de moeder verslaafd is aan drugs en alcohol. Zij is niet in staat om voor haar 5 kinderen te zorgen. M. heeft ook al een paar keer in een pleeggezin gezeten, maar dat ging niet goed omdat ze dingen deed die de pleegouders niet goed vonden.

Aangezien de 5 kinderen in een kindertehuis wonen, dragen zij ook meestal niet de meest vernieuwende mooie kledij en daarover worden zij ook nagekeken op school. M. schaamt zich enorm voor haar thuissituatie en is enorm zwijgzaam in de klas. Zij reageert ook niet op negatieve opmerkingen over haar kledij, haar, schoolgerief. Ze neemt ook heel bewust de moederrol over ten opzichte van haar jongere broertjes en zusjes.

M. kan ook nooit mee op schooluitstap of buitenlandse reizen, omdat ze er geen geld voor heeft. Ze houdt zich enorm op de achtergrond in de klas, maar is wel een heel slimme leerlinge en haalt hoge cijfers. Ook dit leidt tot frustratie bij sommige populaire leerlingen, maar dat lijkt zij zich niet veel van aan te trekken. Haar goede punten zijn haar enige troef en daar is ze stiekem wel blij mee.

’s Morgens en ’s avonds namen we dagelijks dezelfde trein. Af en toe vertelde ze me in vertrouwen hoe ze zich voelde, maar bleef toch nog altijd heel oppervlakkig over bepaalde gebeurtenissen. Op een woensdagmiddag namen we de trein naar huis en halverwege tussen Merelbeke en Melle werd de trein tot stilstand gebracht vlak voor het station van Melle. Iedereen moest uitstappen en te voet verder naar het station van Melle. Toen bleek dat er een vrouw voor deze trein gesprongen was. Het bleek om de moeder van M. te gaan. Ze was op slag dood en toen we er voorbij liepen zagen we nog delen van een lichaam liggen. Vreselijke situatie.

Na deze droevige gebeurtenis werd M. steeds agressiever in de klas, zowel fysiek als verbaal. De leerkrachten wisten ook niet goed hoe hier mee om te gaan. Zij probeerden wel om te praten met M., alsook met de volledige klas. M. was niet bereid om te luisteren, noch naar haar klasgenoten, noch naar de klastitularis of andere leerkrachten. Zij reageerde heel fel en negatief op elke mogelijke vorm van toenadering of aangeboden hulp. Haar schoolresultaten gingen ook snel bergaf omdat zij in niets meer geïnteresseerd was en weigerde mee te werken. Zij studeerde ook niet meer en vertikte het om huistaken te maken.

Na enkele weken begon zij zelfs leerlingen te bedreigen met een mes, en sloeg zij ook klasgenoten. Ze lokte ook vechtpartijen en scheldpartijen uit. Tijdens de turnles gooide zij ook meerdere malen met basketballen naar de groep of de leerkracht. Ze schopte op alles wat ze op haar weg tegenkwam. De situatie werd alsmaar erger en erger en niemand leek vat te hebben op haar. Ook de leerkrachten stonden met de rug tegen de muur. We begrepen ook dat zij in een immens moeilijke situatie zat op dat moment en veel verdriet had, maar om dit met geweld op te lossen ?

Het kindertehuis wist zich ook geen raad met deze moeilijke situatie. Zij werd bijna 18 jaar en dus volwassen, dus op zich hadden ze ook niet veel meer te zeggen tegen haar.

Tijdens de speeltijd reageerde zij zich ook door terug naar het klaslokaal te gaan en alle boeken van de klasgenoten kapot te scheuren en soms zelfs volledige rugzakken door het raam naar buiten te gooien. Toen één van deze rugzakken op het hoofd van een leerling terechtkwam, werd de directeur er toch bijgehaald.

Zij is toen enkele weken geschorst en moest verplicht enkele sessies met een leerlingbegeleider hebben. Deze sessies waren niet eenvoudig omdat zij ook niemand toeliet in haar wereld en haar verdriet. Toch is de leerlingbegeleider erin geslaagd om tot haar door te dringen, maar het is een enorm moeilijk schooljaar geweest voor zowel haar als voor de volledige klas.

De leerkrachten hebben dit goed opgevangen door hierover veel te praten met de klas, en hebben de situatie goed gekaderd, wat het ook wel draaglijker maakte voor de groep.

Wat zou jij als leerkracht of leerling gedaan hebben in zo een situatie? Afstand bewaren? Of toch proberen te helpen?

...


Reacties van de andere groepsleden op deze gevalstudie

(Hye-Sook) Persoonlijk vind ik dit een bijzonder moeilijk conflict om advies te geven. Als leerling had ik me waarschijnlijk op de achtergrond gehouden. Ik kan me ook niet voorstellen dat je als 17-jarige empathisch genoeg bent om deze situatie goed in te schatten. Ik zou misschien wel geprobeerd hebben om toenadering te zoeken, maar als je op een muur botst en ondervindt dat je niet kan doordringen of iemand kan overtuigen van je goede bedoelingen, zou ik het waarschijnlijk hebben opgegeven. Als leerkracht is dit evenmin een eenvoudige situatie. Ik vermoed dat je deze leerlinge vooral kan helpen door ze door te wijzen naar professionele begeleiding, zoals het CLB bijvoorbeeld. Niet om de verantwoordelijkheid van je af te schuiven, integendeel omdat je beseft dat je niet bent opgeleid om met dergelijke problemen juist om te gaan. In een klassituatie kan je deze leerlinge wel extra aandacht geven dankzij een extra complimentje of aanmoediging. Ik zou wel voldoende afstand bewaren en je niet opwerpen als een nieuwe vertrouwenspersoon. Deze problemen lijken me te ernstig en aangezien het in de eerste plaats nog steeds om een relatie leerkracht-leerling gaat, lijkt met dit niet gepast. Ik ben er wel van overtuigd dat je als leerkracht de medeleerlingen kan ‘opvangen’, zoals er werd aangehaald, de situatie te kaderen.

(Nico) Als leerling zou ik mij zeker niet opdringen, maar wel een luisterend oor bieden. Ook als leerkracht zou ik in de eerste plaats empathie tonen en een luisterend oor bieden. Gezien het meisje erg zwijgzaam is en zich op de achtergrond houdt in de klas, zou ik er niet onmiddellijk over praten in de klasgroep, maar in de eerste plaats onder vier ogen. Verder zou ik als leerkracht ook informatie opzoeken op het internet over kinderen en rouwen of spreken met ervaringsdeskundigen in de hoop hieruit te leren hoe ik als leerkracht moet handelen. Ik zou M. in een dergelijke situatie heel snel doorverwijzen naar professionele hulpverlening om haar te begeleiden in haar rouwproces. Volgens mij is haar lastig en agressief gedrag een uiting van haar verdriet. Je kan doorverwijzen naar een vertrouwenspersoon op school of naar het CLB, maar ik zou daarbij zeker mijn eigen kijk op de situatie vermelden. In dit geval zou ik aan de vertrouwenspersoon of het CLB vertellen dat het meisje volgens mij hulp nodig heeft van een kinderpsychiater om haar psychosociale problemen aan te pakken.

(DelphineN) Zoals uit de reacties van Hye-Sook en Nico op te maken valt, is het niet eenvoudig om met zo'n situatie om te gaan. Als leerling zou ik me ook niet proberen op te dringen, maar wel door kleine gebaren aangeven dat ik er ben, als M. daar nood zou aan hebben. Ik zou ook de initiatieven, die de leerkrachten nemen om de leerling te helpen, steunen, door er M. bv. op te wijzen dat een leerlingenbegeleider weldegelijk kan helpen, ed.; ik denk dat dat misschien wel het belangrijkste is: dat de andere leerlingen en de leerkrachten, directie, leerlingenbegeleider, ed. actief gaan samenwerken om een zo goed mogelijke aanpak voor dit meisje te voorzien. In concreto, zie ik dit gebeuren doordat leerkrachten duidelijk communiceren wat er gebeurd is, wat de voorgestelde straffen/therapie/.. zijn, en omgekeerd dat de leerlingen de leerkrachten op de hoogte houden van wat zij over het meisje en haar emotionele toestand te weten zijn gekomen/aanvoelen uit onderlinge gesprekken. Ik denk dat je op die manier de leerling in kwestie het gevoel kan geven dat ze omringd is door één groot opvangnet van mensen die het goed met haar voorhebben. Dat er naast een helpende reactie (leerlingenbegeleider), ook een straf kwam (schorsen) vind ik wel gerechtvaardigd: je moet een voorbeeld stellen naar andere leerlingen en je mag niet van de regels afwijken, maar deze straf moet natuurlijk goed met de leerlinge in kwestie worden besproken (zodat ze enerzijds beseft dat haar gedrag niet door de beugel kan, maar anderzijds ook voelt dat de school met haar begaan is.)

(DelphineD): Ik zou als leerling mijn gedrag niet veel aanpassen. Als ik daarvoor al niet veel contact met haar had, zou ik nu niet bij haar gaan om te praten. Ze zou zich toch maar een "attractie" voelen. Ik zou haar niet negeren, maar ook niet overdreven medelevend gaan doen. Ik zou wel mijn medeleven tonen, maar me niet opdringen. Als ik wel al vaak met haar gebabbeld had, zou ik ook wel duidelijk maken dat ik er ben voor haar als ze zou willen praten.
Als leerkracht is het heel moeilijk om hierop te reageren. Het ordeverstorend gedrag moet inderdaad bestraft worden, ze moet beseffen dat bepaalde dingen niet kunnen, ook al is het een uiting van je gevoelens. Maar het is dan ook belangrijk dat je tegelijk van in het begin al contacten regelt met leerlingenbegeleiders, die opgeleid zijn om om te gaan met dergelijke problemen. Ik denk dat het bij zulke gevallen handig is om kort op de bal te spelen. Het schoolbestuur weet waarschijnlijk heel snel al wat er gebeurd is met de moeder van het meisje en het is dan ook aan hen om de leerkrachten die bij het meisje komen in te lichten, zodat zij toch weten vanwaar een verandering in gedrag komt. Zo kunnen de leerkrachten daar ook gepast op reageren. Daarnaast moet er van in het begin een reikende hand komen van leerlingenbegeleiding en misschien zelfs in combinatie met een psycholoog, zodat dergelijk gedrag misschien vermeden kan worden, of dat toch vermeden kan worden dat het uit de hand loopt. Als leerkracht zou ik zelf tonen dat ik er ben voor haar als ze dat nodig heeft, maar ik zou haar ook duidelijk maken dat de mensen van leerlingenbegeleiding/psychologen opgeleid zijn om haar op een goede manier te helpen en te begeleiden in het rouwproces.
Daarnaast is het ook belangrijk om met de klas te praten over dergelijke gebeurtenissen, zodat ook de medeleerlingen hun gevoelens hierover kunnen uiten en aan M. kunnen tonen dat ze haar steunen.

(Charlotte): Dit is een enorm moeilijke situatie, die mij al erg aangrijpt door er gewoon over te lezen. Als leerkracht zou ik het moeilijk vinden om hiermee om te gaan. Omdat je beschrijft dat je een goede band had met M. kan ik me voorstellen dat dit jou ook erg aangegrepen heeft. Mijn eerste advies zou daarom zijn om als leerkracht zelf eerst hulp te zoeken, om de gebeurtenissen zelf te verwerken. Ik zou daarom zeker eerst willen spreken met de directie, andere leerkrachten of zelfs met het CLB. Ze zouden mij daarnaast ook kunnen adviseren over zeer praktische zaken, bijvoorbeeld de begrafenis en hoe daarmee om te gaan, de naschokken, gesprekken met leerlingen etcetera. Hoe het meisje daarna reageert is natuurlijk moeilijk te voorspellen. Je kon niet voorzien hoe ze zou reageren op toenaderingspogingen of op andere leerlingen die haar willen helpen
Het meisje zat duidelijk met een enorm trauma dat ze enkel op die manier kon uiten of verwerken. Ik zou mezelf niet in staat zien om haar daarmee te helpen en haar verlies te helpen verwerken, en ik zou dan ook aan het CLB vragen om haar te begeleiden en door te verwijzen naar verdere professionele psycho-sociale hulp. Ik zou natuurlijk wel mijn best doen om de leerlinge op te vangen en om naar haar te luisteren, maar ik weet dat dit niet mijn specialiteit zou zijn. In de klas zou ik het thema bespreken, eerst met de groep leerlingen, en dan eventueel in een sessie met iemand van het CLB die meer duiding kan geven of advies zou kunnen geven aan de medeleerlingen.

(Inna)

Wat dit meisje meegemaakt heeft, is ongelooflijk moeilijk voor te stellen. Een echt drama. Niet elke volwassen mens kan met een dergelijke situatie op een verstandige manier omgaan. Het is heel jammer dat ze geen professionele hulp van een psycholoog of psychiater kreeg. Moest ze met haar gebroken hart gewoon hetzelfde leven leiden als vroeger: kindertehuis, school, huiswerk, etc? Het is simpelweg onmogelijk. Probeer eens in haar schoenen te gaan staan. Ze hoopte, zoals alle kinderen van verslaafde ouders, dat mama met drugs en drank zou stoppen en dan een nieuw leven beginnen. Mieke deed haar best op school, negeerde spottende opmerkingen i.v.m. haar uiterlijk, kleren, schoolgerief, zorgde voor de kleine broers en zusjes. Het was zeker niet gemakkelijk voor haar. En plotseling zo’n klap. Hoe moest het verder met haar leven?
Niet lang geleden heeft de dochter van mijn vrienden zelfmoord gepleegd. Ik dacht dat mijn reactie vreemd was, omdat ik me tegelijkertijd droevig en boos voelde. “Met deze beslissing heeft dit meisje het leven van haar ouders voorgoed kapotgemaakt! Hoe kon ze zo harteloos zijn?” dacht ik. Ik heb met andere mensen gepraat en mijn reactie blijkt normaal te zijn.
Ik ben ervan overtuigd dat de redenen van Mieke haar agressie het onverwerkte verdriet en leed waren. Ze was boos op heel de wereld.
Het is zeer positief dat de leerkrachten hun best gedaan hebben om deze situatie voor de hele klas dragelijk te maken. Ik begrijp dat ze haar trachten te helpen, maar als je met zo’n diepe pijn en rouw geconfronteerd bent, hebben korte gesprekken met pedagogen weinig zin. Wat ze echt op dat moment nodig had, was de professionele behandeling en vrijstelling van school.

Conclusie

Uit de reacties denk ik te mogen besluiten dat we allemaal een beetje dezelfde mening zijn toegedeeld. Mijn klasgenoot had betere begeleiding moeten krijgen. In deze situatie toonde mijn klasgenoot opstandig gedrag en uitlokkingsgedrag. Dit was ook heel situatiegebonden. Zij was tegendraads en negatief ingesteld en vertoonde met andere woorden tegen-gedrag.

Andere klasgenoten en ikzelf, alsook de leerkrachten hebben dit gedrag nooit met tegen-gedrag beantwoord, maar hebben steeds op een open manier willen tonen dat we graag samen tot een oplossing konden domen. Indien wij ook haar gedrag met tegen-gedrag hadden beantwoord, had dit wel eens de negatieve, verkeerde kant kunnen opgaan.Wij hebben altijd getracht om haar situatie te begrijpen en haar hierin zoveel mogelijk te ondersteunen, ook al lukte dit meestal niet tot weinig. Zelfs de leerkrachten hebben meer dan hun best gedaan in deze situatie.

De leerkrachten hebben geprobeerd om een samenwerkende leiderschapsstijl aan te nemen en mijn klasgenote zoveel mogelijk te betrekken en haar te doen inzien dat haar gedrag fout was. Zij toonden hier ook gezag, door te tonen dat zij als volwassene haar probeerden te helpen, en verdere stappen samen met haar te ondernemen.

De leerkrachten toonden ook dat ze relatiegericht waren en toonden meer dan eens hun menselijke empathische kant. Ze begrepen dat haar situatie enorm moeilijk was, maar mijn klasgenoot wou ook niet echt geholpen worden. Haar negatief gedrag toonde echter wel ook aan dat zij met een probleem zat en negatieve aandacht vroeg met haar reacties.

De leerkrachten probeerden tevergeefs om haar te motiveren en er was voldoende verbale communicatie, althans of de mogelijkheid om verantwoord met deze situatie om te gaan, in overleg met leerkracht en mijn klasgenoot.

De leerkrachten, alsook de klasgenoten, hebben geprobeerd om aan de persoonlijke band met haar te werken, om deze band te versterken ook. We hadden begrip voor de situatie en leefden oprecht met haar mee. We hoopten hiermee te bereiken dat zij besefte dat ze er niet alleen voor stond, maar hier gaf zij nauwelijks gehoor aan.
Het ordeverstorend gedrag van mijn klasgenoot liep soms de spuigaten uit, en ikzelf en de andere klasgenoten wisten ook niet altijd hoe te reageren op haar gedrag. Persoonlijk vind ik dat we, samen met de leerkrachten, op een positieve manier hier mee zijn omgesprongen. De leerkrachten hebben een open dialoog met ons gevoerd, waarin wij ook eerlijk onze mening mochten verkondigen.
Volgens mij hebben de leerkrachten gedaan wat ze konden, maar volgens mij had ze eerder een individuele begeleiding moeten krijgen, niet alleen op school, maar ook daarbuiten.

Daar had zijn volgens mij meer baat bij gehad, en had haar tegen-gedrag niet zo kunnen escaleren. Haar situatie was al moeilijk genoeg, en misschien had er ook een rouwtherapie aan gekoppeld kunnen worden om het verlies van haar moeder te verwerken, en meer bepaald de reden van het overlijden van haar moeder. Het aanvaardingsproces van een verlies van een dierbare kan soms lang duren en zij heeft hier nooit de juiste begeleiding bij gekregen. Volgens mij rustte er ook een enorm schuldgevoel op haar schouders en dit heeft ook een rol gespeeld in haar reacties.

Uit deze situatie heb ik verder geleerd dat het belangrijk is als leerkracht om niet alleen taakgericht te zijn, maar ook vooral ook sociaal-emotioneel.
Dit toont volgens mij dat de verantwoordelijkheid van de leerkracht enorm ruim is, en dat er met veel zaken (naast het lesgeven op zich) moet rekening gehouden worden. De leerkracht moet voor heel veel zaken oog hebben en ook een zekere vorm van empathie kunnen en durven tonen, zonder daarom zijn professionaliteit te verliezen of zijn gezag als leerkracht. Het is volgens mij ook een heel belangrijke taak om aan de leerlingen een veilige leeromgeving te kunnen bieden.

...;