Beschrijving conflict
Algemene situering
Over het algemeen zat ik in het middelbaar een 'braaf jaar': in sommige klassen zaten er wel veel babbelaars, andere klassen waren altijd te vinden voor een grapje, maar al bij al bleef dit binnen de perken. Enkel de klas Latijn-Wetenschappen was een verzamelbak van 'ettertjes'. De klas bestond uit vier (erg populaire) jongens en twee meisjes. Met de meisjes waren er nooit problemen, maar de jongens maakten het vaak al te bont: niet alleen babbelden ze constant, ze protesteerden ook altijd tegen opdrachten of taken en maakten er een spelletje van om de leerkracht uit te dagen.

Evolutie van het conflict
Deze (kleine) klas werd altijd voor sommige vakken bij mijn (brave) klasgroep (Grieks-Latijnse) samengezet. In het begin (het vierde jaar) was het gedrag van de jongens nog eerder plagerig en kon je het nog als 'grappig' opvatten. Omdat deze vier jongens ook erg populair waren (inderdaad, het waren vier knappe jongens), deed onze brave klasgroep mee in dit puberaal gedrag.

Naarmate de jaren vorderden werden de jongens echter alsmaar agressiever en tegendraadser: hun gedrag was er nu niet meer op gericht op een beetje spanning en ambiance in de klas te brengen, maar ze schenen doelgericht het leven van de leerkrachten zuur te maken. Nu deed mijn klasgroep niet meer mee met hen, maar er werd ook niet tegen hen gereageerd.

Het kookpunt van het conflict
De leerkrachten kregen het alsmaar moeilijker om deze klas in toom te houden. Ze straften dan ook vaak de hele klas, terwijl wij (de brave Grieks-Latijnse) niets met het ordeverstorend gedrag te maken hadden. Ik herinner me een welbepaalde situatie, waarin het nog maar een te bont werd en wij een absurd moeilijke en onvoorziene toets moesten oplossen (bij wijze van straf). De rest van de klas werd collectief groen van woede: niet alleen hadden wij het gevoel dat wij niets met het conflict te maken hadden, ook waren we kwaad omdat de straf haar doel volledig miste: naast knap, waren de vier jongens ook nog eens héél intelligent en ze hadden geen zware problemen met de moeilijke toets. Ook voor ons (Grieks-Latijn) was de toets te doen, maar voor de andere brave klasgroep in deze samenstelling, Moderne-talen-Wiskunde, was de toets een fiasco geweest: de 5 leerlingen van de klas waren zwaar gebuisd. Er ontstond dus op dit punt niet alleen een grote vijandschap tussen de Latijn-Wetenschappen en de rest van de leerlingen, maar ook één tussen de brave leerlingen (Grieks-Latijn en vooral Moderne-talen-Wiskunde) en de leraar in kwestie.

Afwikkeling van het conflict en vraagjes
Met tussenkomst van de klasleraars en de directie is alles goedgekomen: de toets telde niet mee, de leraar bood zijn excuses aan aan ons (de brave) en de vier jongens van de Latijn-Wetenschappen kregen stafstudie.

Mijn vragen zijn nu:
- hoe hadden wij als brave leerlingen moeten reageren op de vier jongens uit de Latijn-Wetenschappen?
- hoe had jij het probleem als leerkracht opgelost?

Reactie

(Nico) De brave leerlingen hebben misschien niet echt gereageerd op het gedrag van de vier jongens, maar hebben op termijn ook niet meer met hen meegedaan. Dit was een eerste stap om duidelijk te maken dat ze het niet eens waren met de houding van de vier jongens. De brave leerlingen hadden natuurlijk verder kunnen gaan door op een assertieve manier op te komen voor hun mening. Door te communiceren (het probleem benoemen, je gevoelens uiten, verzoeken om de klas niet meer in de problemen te brengen) met de vier jongens, hadden de jongens misschien ingezien dat hun gedrag hun populariteit bij de meisjes deed dalen en hadden ze hun gedrag misschien bijgestuurd.
Als leerkracht zou ik in een dergelijke situatie zeker geen collectieve straf geven aan de volledige klasgroep. Enerzijds straf je hiermee de verkeerde personen en anderzijds creëer je hiermee nog meer tegenstanders als leerkracht. M.a.w. door de klas collectief te straffen verergert het probleem misschien nog. Daarom zou ik duidelijke grenzen stellen en bij overtreding doelgerichte straffen geven waarmee je de juiste personen straft (nota in agenda, strafstudie,…). Als leerkracht zou ik echter niet alleen straffen, maar zou ik ook in dialoog proberen te gaan met elk van de vier jongens om de oorzaak van hun gedrag te achterhalen. Is een drang naar populariteit bij de meisjes de oorzaak van hun gedrag? Of was het uit verveling? De vier jongens waren blijkbaar héél intelligent en hadden geen problemen met moeilijke en onverwachte toetsen. Misschien waren de lessen niet uitdagend genoeg voor hen en zochten ze daarom een andere uitlaatklep?

(Inna)
Ik vraag me eigenlijk af waarom wachtte de leerkracht zo lang, waarom heeft hij niets effectiefs gedaan met de vier jongens? Het feit dat die vier aanstellers knap, populair en intelligent waren, zegt helemaal niet dat ze zich in de klas naar goeddunken mochten amuseren. Als de lesgever niet in staat was om dit kwartet te temmen, kon hij volgens mij om hulp vragen. Hij kon zijn collega’s om advies vragen, zijn probleem naar voor brengen tijdens een vergadering of een klassenraad, naar de directeur gaan, de ouders aanspreken, laat ons zeggen iets resultatiefs doen.
Het probleem was bekend gemaakt dankzij het opstandig gedrag van de rest van deze klas die de dupe was van de machteloosheid van de leerkracht.
Ik vind dat jullie gedrag als brave leerlingen voorspelbaar en normaal was. Jullie deden niet mee, maar reageerden er ook niet tegen. Ik versta jullie persoonlijk zeer goed. Het was immers jullie taak niet om de orde te herstellen.
Zeer interessant om te vermelden is dat tijdens ons interview met de leerkracht i.v.m. de duo-opdracht voor GRM wij een gelijkaardig conflict besproken hadden. De leerkracht benadrukte toen het belang van rechtvaardigheid. Hij wilde ons duidelijk maken dat enkel de aanstekers van een conflict dienen aangepakt te worden. Ordeverstorend gedrag gebeurt vaak om stoer te doen tegenover de anderen. Daarom kwamen we samen tot het inzicht dat we de leerlingen moeten trachten te isoleren in hun wangedrag. Zo bijvoorbeeld kunnen wij bij een leerling die om een uitbrander vraagt persoonlijk een dreigement gaan influisteren in plaats van hem voor de hele klas aan te pakken. Anders krijgt hij net de aandacht waar hij naar op zoek is.

(Charlotte)
Ik denk dat het conflict dat jij beschreven hebt een situatie is die wel vaker voorkomt: klasgroepen worden bij elkaar gezet voor bepaalde lessen, en soms kan dat al eens botsen of trekt de ene groep de andere groep mee in wangedrag en wanorde. Ik denk dat het in de eerste plaats de taak is van de leerkracht om ervoor te zorgen dat zulke situaties niet escaleren. De leerkracht moet de klas onder controle houden, des te meer als bepaalde leerlingen agressief worden. Vervelend gedrag heeft altijd een oorsprong, en het is aan de leerkracht om de oorsprong te zoeken en eventueel te straffen, en niet de hele klas. De hele klas straffen is een zeer onfaire situatie en heeft ook weinig zin. Leerlingen willen of kunnen niet altijd iets ondernemen tegen een aantal luidruchtige en dominerende medeleerlingen, zeker niet als die ook nog eens populair zijn. Op die leeftijd is status enorm belangrijk, en om te kunnen ingaan tegen populaire leerlingen hebben je niet alleen veel geduld nodig, maar soms ook wel wat moed. Het is zeker begrijpbaar dat het niet altijd gemakkelijk is om daarin tegen te gaan, of daarin te willen tegengaan.

Als leerkracht vind ik het wel belangrijk om de juiste personen te berispen of te sanctioneren. Als je meteen de hele klas straft voor iets waarvoor enkel een beperkt onderdeel van de klas verantwoordelijk is, zorg je er volgens mij voor dat je als leerkracht je autoriteit kan verliezen en dat leerlingen hun vertrouwen in jou verliezen. Leerlingen belonen respect ook terug met respect, en als je als leerkracht duidelijk optreedt en juist handelt, zal het klasmanagement ook veel gemakkelijker gaan. De leerkracht kan niet verwachten dat de klas optreedt als regulerende factor. De klas kan als groep natuurlijk wel in dialoog treden met de leerkracht en de opstandige leerlingen, waarbij ze bijvoorbeeld de oorsprong proberen te achterhalen van het gedrag van die luidruchtige leerlingen.

(Ilse)
Ik denk dat de leerkracht hier niet volledig juist heeft gereageerd.Het probleem was al een tijdje aan de gang en hier is nooit echt op gereageerd. Het gedrag van de populaire jongens kreeg ook genoeg ruimte om te groeien. Het ging verder dan een beetje plagen, want de leerkracht werd zwaar uitgedaagd. Het probleem was dat de jongens enorm intelligent en knap waren. Als leerkracht moet je met het knap zijn geen rekening houden, want elke leerling moet gelijk behandeld worden. Het is wel een feit dat je hiermee enigszins wel rekening moet houden dat hun populariteit invloed heeft op het groepsgedrag en de groepsdruk. Als we dan spreken over hun intelligentie, dan moet je als leerkracht proberen te achterhalen waarom ze zo reageren. Is het omdat ze zich vervelen tijdens de lessen? Moeten er andere werkvormen gebruikt worden? Wat stellen ze zelf voor? Ligt het aan de leerkracht? Of zijn ze gewoon puber? Zijn ze in andere lessen ook zo tegendraads of enkel in dit vak? Worden ze niet genoeg gestimuleerd? Gaat het te traag? Ikzelf zou zeker eerst met deze jongens (elk apart) gepraat hebben met de vraag om samen een oplossing te zoeken. De leerkracht heeft echter op een andere manier gereageerd, waar je de andere leerlingen mee straft en niet de onrustige jongens. Zij hebben geen nadeel qua punten halen bij een onverwachte toets, want ze zijn intelligent genoeg. Op deze manier toont de leerkracht dat zij de jongens niet aankan, en dit zal steeds verder opbouwen. Nog een nadeel van de reactie van de leerkracht is dat de andere, brave en rustige leerlingen, hiermee het meest zwaar gestraft zijn. Er waren leerlingen niet geslaagd en dit is unfair voor hen. Wat er zeer belangrijk is als leerkracht is dat je consequent blijft en rechtvaardig. Een ander moet niet gestraft worden voor de daden van iemand anders. De brave leerlingen hadden ook al snel duidelijk gemaakt dat zij het gedrag van de jongens niet aanvaardden, want zij deden niet meer mee met de gedragingen tijdens de lessen. De leerlingen toonden hierdoor dat zij aan het bijleren en aan het groeien waren als jongvolwassene. Zij zagen dat het gedrag niet goed was, en namen een juist besluit door daar voor zichzelf een stop bij te zetten. Persoonlijk zou ik als leerkracht niet alleen strafstudie geven, maar ze een aangepaste straf geven. Ik zou ze proberen uitdagen door ze een moeilijke opdracht te geven, waar ze ook iets positiefs uithalen. Ik zou ze ook kunnen laten samenwerken aan een wiskundig probleem, en dan mogen ze alle vier om beurten zelf een klein lesje geven.

(Hye-Sook) Het is op zich al een duidelijk signaal wanneer de klas niet meer ingaat of deelneemt aan de grappen en grollen van enkele storende leerlingen. Het is ergens ook een veilige reactie, want op die manier, hoeft niemand zijn nek echt uit te steken en de confrontatie aan te gaan, maar wordt de boodschap dat het genoeg geweest is, wel overgebracht. Bovendien is het niet altijd evident dat de leerlingen in de bres springen voor hun leerkrachten. Zeker niet wanneer het gaat om populaire jongens bij wie de meisjes en andere jongens maar al te graag op een goed blaadje staan. Ik kan me voorstellen dat sommige leerlingen nog niet sterk genoeg in hun schoenen staan om hun medeklasgenoten terecht te wijzen. Nochtans, en daar treed ik Nico bij, was de situatie waarschijnlijk niet zo geëscaleerd indien de leerlingen zelf hun ongenoegen eerder hadden geuit naar de vierkoppige bende toe. Als leerkracht was het niet de slimste zet om klassikaal te straffen en zo’n moeilijke toets te geven om je gezag te laten gelden en te bevestigen. Het is dan ook logisch dat er hevig protest volgde. Bovendien miste deze sanctie zijn oorspronkelijke doel, de jongens straffen met een lastige overhoring, want de jongens behaalden goede resultaten. Integendeel, de zwakkere, op zich onschuldige, leerlingen werden hierdoor gestraft. Daarmee haalden zowel de leerkracht als de vier leerlingen zich de woede van de al dan niet geslaagden op de nek. De leerkracht had moeten vermijden om de rest van de klas te betrekken in ‘het persoonlijke conflict’ met de vier leerlingen. Op zich is dit, zoals Inna aanhaalde, niet rechtvaardig. De leerkracht had sneller moeten ingrijpen. Dit had gekund aan de hand van de concrete vraag waarom ze zich zo gedroegen of via een gepaste straf, bij de directeur gaan… Op die manier had zo’n klassikale toets en bijgevolg veel spanningen vermeden kunnen worden. Tot slot wil ik hier aan toevoegen dat ik Ilses voorstel voor een intellectueel uitdagende straf een bijzonder goed vind. Een straf die hun populariteit niet nog meer aansterkt, maar die hen prikkelt en waarbij ze verantwoordelijkheden krijgen.

(Delphine) Ik sluit mij eigenlijk aan bij de anderen. De reactie van de leerkracht was niet echt gepast. Dat komt waarschijnlijk omdat hij het te ver heeft laten komen. Had hij van in het begin ingegrepen, dan zou het gedrag van de jongens niet zo geëscaleerd zijn. Een "uitdagende" straf, zoals Ilse aangeeft, kan ook een goede oplossing zijn, maar het kan hen toch sterken in hun populariteit. Zulke jongeren zullen elke gelegenheid aangrijpen om te tonen hoe goed ze wel zijn. Een les geven, bijvoorbeeld, zou de aandacht nog meer naar hen toe trekken en dat kan nefast zijn. Ik zou hen dus niet de kans geven om voor de klas te tonen "hoe goed ze die straf naar hun hand hebben gezet", maar het idee om hen intellectueel uit te dagen, vind ik wel goed.
Wat de andere leerlingen betreft, ik zou als leerling hetzelfde gereageerd hebben, denk ik. Op een bepaald moment besef je dat zulk gedrag niet gepast is en ze hebben er goed aan gedaan om zich daarvan te distantiëren. Voor hun mening uitkomen tegenover die jongens, zou misschien wel een goed effect hebben, maar dat weet je nooit op voorhand; het kon ook pestgedrag uitgelokt hebben (de jongens zijn immers met 4, ze staan "sterk"). Ik zou als leerling ook gewoon afstand gehouden hebben, maar ik zou niet willen opkomen tegen die jongens, als brave leerling durf je dat niet...

Conclusie
Enerzijds ligt de ‘schuld’ voor dit conflict een stuk bij de medeleerlingen: hadden zij hun ongenoegen ten opzichte van de herrieschoppers geuit, dan was de situatie waarschijnlijk niet zo ver gekomen. Anderzijds werd door iedereen opgemerkt dat veruit de grootste verantwoordelijkheid in groepsmanagement en omgaan met conflictsituaties bij de leerkracht ligt.
In deze situatie heeft de leerkracht niet correct gereageerd, en dat wel om twee redenen. Ten eerste heeft de leerkracht het conflict veel te ver laten komen. Als we het beeld van de ladder ophalen, waren de leerlingen al enkele sporten hoog, zonder dat dat enige reactie van de leerkracht ontlokte. Wanneer de leerkracht dan uiteindelijk wel reageerde, reageerde hij op een foutieve manier: door een onverwachte toets te geven straf je iedereen, en niet enkel de lastpakken. Dat rechtvaardigheid een centraal concept is bij straffen en in het omgaan met conflictsituaties, werd meermaals benadrukt. Dat de leerkracht hier de hele klas strafte, kon het conflict kon uitgebreid hebben (nl. dat ook de brave leerlingen opstandig worden tegenover de leerkracht). Als alternatieve straffen werden individuele straffen voorgesteld (waarbij de brave leerlingen van de klas niet werden gestraft), maar ook dachten mijn medecursisten aan intelectueel uitdagende straffen, waarbij de tegendraadse leerlingen verantwoordelijkheden krijgen.
Daarnaast werd er, mijns inziens terecht, op gewezen dat de leerkracht geen inspanning heeft gedaan om de bron, de oorzaak van dit ordeverstorend gedrag te vinden. In vele reacties werd een dialoog tussen leerkracht en het kwartet voorgesteld. De leerkracht had een antwoord moeten proberen te vinden op de volgende vragen: Is het omdat ze zich vervelen tijdens de lessen? Moeten er andere werkvormen gebruikt worden? Wat stellen ze zelf voor? Ligt het aan de leerkracht? Of zijn ze gewoon puber? Zijn ze in andere lessen ook zo tegendraads of enkel in dit vak? Worden ze niet genoeg gestimuleerd? Gaat het te traag? De leerkracht moet met andere woorden de bron van de ordeverstoring zoeken, om dit soort gedrag met effect te kunnen bestrijden én de interpersoonlijke relaties glad te strijken.
Wat, tenslotte, niet expliciet aan bod is gekomen – eventjes raakte Charlotte – het onderwerp aan, is dat een deel van het conflict volgens mij ligt aan het feit dat verschillende klasgroepen samenkomen om bepaalde lessen te volgen, maar dat deze leerkracht geen inspanning heeft gedaan om de groepsvorming bij deze subgroepen te bevorderen. Daardoor hing er een negatief klasklimaat, was er weinig ‘sociale controle’, zodat wij (de brave leerlingen) geen interesse hadden om dit probleem aan te pakken (“het was ons (klas)probleem niet”).
Concluderend kan ik dus stellen dat de basis voor een goed klasbeleid begint met het bevorderen van een goede klassfeer en van groepsvorming. We zagen dat het belang van groepscohesie niet kan/mag worden onderschat: “Hoe groter het groepsgevoel (of wij-gevoel) in een klas is, hoe gemakkelijker het klassenmanagement voor de leerkracht wordt. De leerkracht zelf zal dus moeite moeten doen om een klas de kans te geven uit te groeien tot een (h)echte groep, om er dan ook zelf de vruchten van te plukken.”
Als het dan toch “misloopt”, is één van de belangrijkste leidraden ‘rechtvaardigheid’. Je doet er absoluut geen goed aan om een hele klas collectief te straffen omwille van enkele onluststokers. Een ander belangrijk punt is dat je met de ordeverstoorders in dialoog moet gaan om zo de oorzaak van hun gedrag te kunnen achterhalen: het is belangrijk om als leerkracht altijd in een "samen-gedrag" te blijven, en je niet te laten verleiden om tegengedrag te vertonen als (natuurlijke) reactie op het tegengedrag van de leerlingen. Tenslotte is het ook belangrijk dat je zinvolle straffen oplegt.

....