Het conflict Situering
Ik gaf dit jaar 3 maanden les in een 5de jaar Handel. Ik gaf daar Engels. Aangezien Engels niet tot de talen behoort die ik gestudeerd heb, heb ik vooral lesgegeven volgens het jaarplan van een collega. Een opdracht die ik via hem gegeven had aan de leerlingen, was: presenteer een stad van het Verenigd Koninkrijk. De leerlingen mochten per 2 een stad kiezen uit een lijst en we bespraken wat er allemaal in de presentatie moest komen. Ik wist dat ze eerder al powerpoint-presentaties gemaakt hadden voor andere vakken, dus dat vormde al geen probleem. Om visueel duidelijk te maken wat ik van hen verwachtte, had ik zelf ook zo een presentatie gegeven over een Britse stad. Ik liet hen ook duidelijk verstaan dat ik een socrewijzer zou gebruiken die ook door die andere leerkracht gebruikt werd bij mondelinge oefeningen. Ik maakte hen erop attent dat ik zowel lette op taal (uitspraak, woordenschat en grammatica) als op de presentatie zelf (ze moesten tonen dat ze wisten waarover ze spraken, ze moesten zich aan een vooraf vastgestelde tijd houden én ze moesten minstens één bron vermelden op de laatste slide). De leerlingen keken nogal op: hun "eigenlijke" leerkracht verwachtte nooit zoveel van hen, maar ze waren wel blij dat ze eens iets anders mochten doen dan gewoon een dialoogje afdreunen. Ze lieten hun creativiteit de vrije loop en de ene PowerPoint was al mooier dan de andere. Maar dat was niet het enige wat telde, dat had ik hen al duidelijk gemaakt. Ik maakte bij de presentaties notities bij de scorewijzer en gaf iedereen achteraf feedback. Na alle presentaties zette ik de scorewijze om in "punten voor op het rapport". De leerlingen kregen dus een score op 10 aan de hand van mijn notities. Ik gaf punten per groepje, niet per persoon.
Er was één jongen in de klas die men een echte "strever" kan noemen. L. viel direct op als iemand die veel aandacht wou. Hij studeerde veel, haalde goede resultaten. Maar hij overdreef daar soms in. Hij was een echt haantje-de-voorste, soms zelfs op het betweterige af. Als we oefeningen maakten, wilde hij steeds antwoorden en gaf hij de kans niet aan andere leerlingen. Hij wilde zich laten gelden en als hij het niet eens was met wat een ander (zelfs de leerkracht) zei, dan liet hij dat duidelijk merken en hij durfde andere, minder sterke leerlingen, wel eens neerhalen. Die leerling was blij dat hij met een medeleerling een presentatie mocht geven over Liverpool, de stad van zijn favoriete voetbalploeg. Ik had er hem wel attent op gemaakt dat het over meer dan voetbal moest gaan.
Het conflict
Toen iedereen na de presentaties zijn punten gekregen had, vroeg ik of er nog vragen of opmerkingen waren. Natuurlijk had L. wel iets te zeggen over zijn resultaat, dat nochtans niet slecht was (7/10). Hij stond plots recht en zei: "het is wel duidelijk dat u punten geeft op het gezicht". Ik vroeg hem zijn mening te verduidelijken en toen kwam de uitleg dat ik meer punten gaf aan leerlingen die ik "beter afkon" en dat het duidelijk was dat ik subjectief punten gaf. Hij niet alleen dat hij meer punten verdiend had, maar ook dat andere leerlingen minder goede punten verdienden. Ik vertelde hem nogmaals hoe ik tewerk gegaan was en dat ik hen dat ook op voorhand gezegd had: dat ik objectief keek naar de presentaties aan de hand van de scorewijzers. Ik heb ook niet op het moment van de presentatie zelf punten gegeven, maar achteraf aan de hand van de notities, wat in mijn ogen de objectiviteit verhoogde. Toch vond hij het nog niet eerlijk dat hij maar 1 punt meer had dan 2 meisjes die in zijn ogen veel zwakker waren dan hem. Ik zei hem dat de resultaten van de anderen hier niet ter discussie stonden. Hij vond dat zijn presentatie heel goed was, terwijl ik bij de feedback ook al gezegd had dat ze teveel letterlijk aflazen wat op hun blaadje stond en dat zijn spontaan gesproken Engels (op momenten dat hij niet naar zijn blad keek) toch beter kon voor een 5de jaar. Hij nam hiermee geen genoegen en bleef eisen dat ik zijn punten of die van de andere leerlingen veranderde. Ik zei hem nogmaals dat ik zo objectief mogelijk punten gegeven heb, toch zoveel als mogelijk bij een mondelinge oefening en dat als hij nog steeds niet tevreden was, dat ik na de les wel nog verder wou praten met hem. Ik vroeg hem te gaan zitten, zodat ik verder kon met de les. Hij riep dan dat ik zijn vraag ontweek en dat ik hem niet kon uitstaan en dat ik hem daarom zo weinig punten gegeven had en dat hij "eerlijke" punten eiste. Toen heb ik gezegd: "de enige aanpassing die ik nog kan maken aan je resultaat, is punten aftrekken voor je gedrag nu." De jongen was duidelijk niet blij met dat antwoord, maar ging toch (met een heel kwaad gezicht) zitten.
oplossing van het conflict
Ik ben dan gewoon verder gegaan met de les, tot genoegen van de andere leerlingen, die ook wel genoeg hadden van die discussie. L. bleef me wel met een zeer zuur gezicht aankijken, ik kon zelfs enkele tranen in zijn ogen zien. Hij bleef gemene opmerkingen fluisteren als ik iets zei, maar ik negeerde dat. Ik wilde verder met de les. Na de les ben ik nog even bij hem geweest en heb ik hem gevraagd of er nog iets op zijn lever lag en of hij er nu verder over wou praten. Hij gaf echter een ontwijkend antwoord en liep weg. In de tweede les die ik die dag aan hen gaf, zag ik aan L. nog altijd dat hij met het probleem zat en na de les sprak ik hem er opnieuw op aan, met alweer een afwijzend antwoord tot gevolg. In de volgende lessen leek het probleem te zijn verdwenen. Hij was weer zijn gewone zelf, maar toch liet hij af en toe merken dat hij deze "nederlaag" nog niet vergeten was, al liep dat niet uit de hand en is het niet meer tot een discussie gekomen.
Nabeschouwing
Ik had een heel goeie band met de klas en ze hadden al vaker laten blijken dat ze mijn manier van lesgeven wel apprecieerden. Ook in de discussie met L. merkte ik dat de andere leerlingen mij steunden. Dat kwam misschien ook door het feit dat hij hen opnieuw neerhaalde en dat ik dat niet toeliet. De leerlingen gaven ook opmerkingen tegen L. en maanden hem aan te kalmeren en te gaan zitten.
Ik dacht ook dat ik vooraf voldoende had duidelijk gemaakt hoe ik punten ging geven en dat ik met de feedback toch al een beetje had laten merken of de punten goed of slecht zouden zijn.
Ik denk nu wel dat ik op voorhand samen met de leerlingen de scorewijzer zou moeten overlopen hebben. In het vervolg zou ik hen ook een kopie van hun persoonlijke scorewijzer geven, zodat ze kunnen zien hoe ik punten gegeven heb en waar ze in het vervolg op moeten letten.
Daarnaast denk ik dat het fout was van mij om op het moment zelf op de opmerking in te gaan en zo toe te laten dat de les verstoord werd. Maar ik kon die vraag toch niet gewoon negeren?
Vragen aan medecursisten
Hoe zou je een dergelijke situatie kunnen aanpakken?
Had ik de discussie vroeger moeten stopzetten?
Had ik achteraf verder moeten ingaan op het feit dat de jongen toonde dat hij er nog problemen mee had, ook al zei hij van niet? ...
Reacties
(Nico) Ik denk dat mijn aanpak niet zo veel zou verschillen van die van jou. Je hebt duidelijke instructies gegeven bij de opdracht en hebt ook onmiddellijk feedback gegeven na de presentatie. De scorewijzer had je inderdaad op voorhand samen kunnen overlopen, zodat ze een nog duidelijker beeld hebben van de manier van evalueren. Je had ze eventueel ook nog meer bij de evaluatie kunnen betrekken door co-evaluatie of zelfevaluatie te hanteren. Ik zou geen punten geven per groepje of toch niet voor het criterium “uitspraak” dat volgens mij individueel moet bekeken worden.
Je hebt goed gehandeld door de jongen voor te stellen om er na de les over te praten. Daarmee heb je de vraag niet ontweken, maar gewoon uitgesteld tot na de les. Dit zou ik ook zo doen, zo bouw je immers bedenktijd voor jezelf in. Door echter te zeggen “de enige aanpassing die ik nog kan maken aan je resultaat is punten aftrekken voor je gedrag nu” heb je wel een risico genomen. De jongen is gelukkig gaan zitten, maar de situatie had even goed kunnen escaleren indien de jongen die opmerking als olie op het vuur geïnterpreteerd had.
Je hebt tot twee keer toe geprobeerd om hem na de les aan te spreken. Zo zou ik ook handelen. Hij zat toen duidelijk in de “post-crisis depressiefase”. Dan is het belangrijk om te weten hoe hij zich voelt en om te praten over wat er gebeurd is. Ik zou hem dan ook net als jij aanspreken en empathie tonen (“Ik merk dat je er nog mee zit, zullen we erover praten?”). Je hebt je bereidheid tot dialoog getoond, maar je kan hem natuurlijk niet dwingen.
Als leerkracht is het belangrijk dat je een veilige leeromgeving creëert voor je leerlingen. Om voor een goede sfeer in de klas te zorgen, zou ik dergelijke leerlingen zeker expliciet laten weten dat je wel gemerkt hebt dat ze willen antwoorden, maar dat je ook de anderen de kans wil geven. Of als de leerling in discussie gaat, kan je aangeven dat elke mening even waardevol is. Zo stel je je objectief en neutraal op in de klas. In dit kader vind ik het ook belangrijk om met die ene leerling in dialoog te gaan over zijn opmerking i.v.m. het “beter afkunnen” van andere leerlingen. Wat in je verbaal of non-verbaal gedrag zorgt ervoor dat die leerling zo denkt over je? Gaat het gewoon om die punten van die ene opdracht of waren die punten de druppel die de emmer deed overlopen bij die jongen? Misschien heeft die jongen in de loop van de tijd een perceptie van je opgebouwd die niet klopt met de werkelijkheid. Ik zou dit dan ook zien als een kans om te leren over hoe je overkomt bij leerlingen en om het beeld dat die ene leerling over je heeft bij te stellen.
(Inna)
Conflicten en spanningen rond de subjectieve evaluaties gebeuren regelmatig. De ene doet dat “achter de rug” van een leraar, de andere zegt zijn mening rechtuit. Wij als (toekomstige) leerkrachten kunnen sommige situaties voorzien en ons op voorhand voorbereiden voor onaangename discussies en opmerkingen. Ik vind dat de conflictsituatie die Delphine meegemaakt heeft zeer nuttig is om hier te bespreken.
Eerst en vooral wil ik zeggen dat ze haar best gedaan heeft om niet te diep op het conflict in te gaan. Ze heeft duidelijke antwoorden gegeven op de vragen van L. en ging verder met de les. L. heeft een paar kansen gekregen om met Delphine te praten en naar haar uitleg te luisteren, maar heeft haar voorstel geweigerd. Misschien voelde hij intuïtief aan dat ze gelijk had, maar toch kon hij er niet in slagen om zijn emoties onder controle te houden. En deze keer was Delphine slim genoeg om zijn reacties te negeren.
Het verbaast me niet dat die strever zo lang zijn teleurstelling verwerkte. Voor zulk een haantje-de-voorste was 7/10 natuurlijk veel te weinig. En wie weet, misschien was de “eigenlijke” leerkracht niet zo veeleisend voor dergelijke moeilijke opdrachten zoals een PowerPointpresentatie.
In ieder geval vind ik dat Delphine haar aanpak (als beginnende lerares) juist was. Ze heeft voldoende gedaan om haar standpunt te argumenteren en twee kansen aan L. te geven om na de les eventuele onenigheid te bespreken. Het feit dat hij deze kansen niet gegrepen heeft blijft zijn keuze. Toen ik de beschrijving van het conflict las, had ik een paar vragen. Ik vroeg me af of het niet beter zou zijn om de scorewijzer eerst samen met de leerlingen te bekijken en om hun aandacht op de belangrijkste punten te vestigen? Maar op het einde van de nabeschouwing vond ik dat Delphine dat zelf opgemerkt heeft. En meer zelfs: ze wou een kopie van de scorewijzer aan iedereen bezorgen, zodat de leerlingen hun tops en tips zouden weten en daarna aan minder goede punten kunnen werken.
Verder had ik nog een vraag: hoe zou Delphine aan de groep gezamenlijke punten geven voor taal? Als de ene bijna foutloos en accentloos spreekt en 9 punten verdient en voor de andere kan ze niet meer dan 5 geven, zouden ze dan gemiddeld 7 krijgen? Ik zie dat Nico ook ernstige twijfels bij dit puntje heeft.
Het is onvermijdelijk dat je als onervaren leraar wat foutjes maakt. Je leert eruit. Delphine heeft haar conclusies uit dit conflict getrokken en liet er ons over nadenken.
(Charlotte) Ik denk dat er in deze situatie een aantal zaken zijn die je zeer goed hebt aangepakt. Ik begin bij de scorewijzer: je hebt de scorewijzer gebruikt die door de andere leerkracht werd gebruikt bij mondelinge oefeningen. Je vraagt je af of je de scorewijzer had moeten overlopen, maar waren de leerlingen dan nog niet vertrouwd met het systeem? De vorige leerkracht had die toch ook al toegepast, dus de leerlingen moeten geweten hebben waaraan ze zich moesten verwachten? Bovendien geef je aan dat je bij de bespreking van de opdracht duidelijk hebt gemaakt waarop ze moesten letten, en dat je zowel op hun taal als op de presentatie zelf zou quoteren. Ik denk dat je niet meer had hoeven te doen, de leerlingen hadden jouw opmerkingen kunnen noteren, waardoor ik het zeker niet nodig vind dat ze vooraf alle criteria kregen. Het tweede dat ik zeer goed vind is dat je achteraf een score gaf op basis van je notities. Dat zorgt ervoor dat je het niveau van de groep goed kan inschatten en dat je niet eindigt met onevenwichtige scores. Ik denk dat je op die manier ook een objectieve score kunt geven, die je achteraf ook kan staven met je notities en je scorewijzer. Dat je punten per groepje gaf vind ik ook een evidentie, aangezien het een groepsopdracht was. Wel maak ik mij de bedenking of je de component van uitspraak wel als groep kan beoordelen, ik denk dat je deze component toch apart moet beoordelen. Daarnaast denk ik ook dat het goed zou zijn als je naar de toekomst toe feedbackmomenten voorziet voor de groepjes. Je zou bijvoorbeeld elk groepje apart bij je kunnen roepen, en ze vragen om hun eigen prestatie te evalueren, waarna je jouw opmerkingen kan meegeven. Op die manier krijgen de leerlingen ook het gevoel dat ze bijleren door de opdracht. Het zou dan natuurlijk zeer goed zijn om die bemerkingen mee te nemen naar een volgende opdracht, en te zien hoe de leerlingen hun fouten aanpakken en het beter doen. Wat ik als laatste puntje ook zeer goed vond, is de manier waarop je het conflict in de klas hebt aangepakt. Je was verplicht om die leerling een antwoord te geven, wat je dan ook kort en zo snel mogelijk hebt gedaan. De andere leerlingen hebben inderdaad ook geen zin in dergelijke conflicten en het was goed dat je snel je les hebt hervat. Het is wel jammer dat die leerling daarna nog zo kwaad is gebleven. Misschien had een persoonlijke feedbacksessie kunnen helpen om hem zijn fouten te laten inzien, of eventueel een feedbackmoment voor de hele klas? Mijn vrees is dat hij door die ene slechte ervaring nu een minder gemotiveerde leerling zou worden, terwijl hij duidelijk een zeer gedreven iemand is. Ik denk dat het goed was geweest om met die leerling sowieso een gesprek te hebben, maar je kan hem natuurlijk niet dwingen. Het enige wat je kunt doen, en wat je ook gedaan hebt, is hem duidelijk maken dat je bereid bent om er nog eens met hem over te spreken.
(DelphineN) Ik vind dat je het probleem in het algemeen goed hebt aangepakt: je hebt enerzijds voet bij stuk gehouden en niet van standpunt veranderd zodat je je gezag niet bent verloren (had je toegegeven, dan was het hek helemaal van de dam), maar anderzijds heb je je niet laten verleiden om het tegengedrag van de leerling met tegengedrag te beantwoorden, maar ben je in je begeleidende, ondersteunende en conflictoplossende functie van leerkracht kunnen blijven. In tegenstelling tot Nico vind ik niet dat je een risico hebt genomen door te dreigen met punten af te trekken voor gedrag, toch niet wat de reactie van de leerling betreft: je wéét dat punten de leerling zéér nauw aan het hart liggen en hebt dus een zeer slimme zet gedaan om daarop in te zetten. Je kon zijn reactie zo voorspellen. Wel vind ik het risicovol om te dreigen met sancties die je moeilijk kan waarmaken of verantwoorden: je zegt objectief te zijn in de punten (met behulp van je scorewijzer) maar in een discussie over net die objectiviteit zou je subjectieve zaken als gedrag een duidelijke invloed op punten laten hebben. Dat is tegenstrijdig.
Los van het conflict en zoals reeds opgemerkt (door jezelf en in de bovenstaande reacties), had je misschien dit probleem kunnen vermijden door de scorewijzers te tonen en de leerlingen er meer bij te betrekken. En inderdaad, je evaluatie was niet helemaal valide doordat je een individueel gebonden aspect (uitspraak) op het niveau van een hele groep beoordeelt. Je had je scorewijzer misschien moeten opsplitsen in 1. de powerpoint en de inhoud en anderzijds 2. de mondelinge presentatie; van het eerste kan je als leerkracht niet weten wie wat aan de taak heeft bijgedragen en het tweede is duidelijke mondelinge vaardigheid (individueel). Je had dus misschien ook twee punten kunnen geven voor de twee verschillende onderdelen: ze reflecteren verschillende doelstellingen: het eerste punt gaat dan over de vakoverschrijdende ICT-kennis en de opzoekvaardigheden, de tweede punt over hun mondelinge performance. Ook op die manier had je meer duidelijkheid over je evaluatie en over je punten kunnen bewerkstellingen.
(Ilse)
Ik denk dat ik de situatie zelf ook zo zou aanpakken. Je hebt heel duidelijk geformuleerd wat het doel van de opdracht was, hoe er zou beoordeeld worden, wat er van de leerlingen verwacht werd. Je hebt zelf een voorbeeld gegeven door zelf een presentatie te geven. Voor de minder taalvaardige of ICT-minded leerlingen kon dit ook een leidraad zijn om een eigen presentatie op te stellen. Persoonlijk zou ik hen na de presentaties laten zien wat er allemaal op de scorewijzer vermeld staat. Ik zou dit nog niet op voorhand verspreiden, want dan zou dit kunnen uitdraaien op muggezifterij. Je zou hen wel kunnen uitleggen hoe er zal beoordeeld worden. Als je de beslissing neemt om in groepjes te werken, dan is het geven van punten altijd moeilijk. Ik zou de punten dan ook opsplitsen en niet 1 cijfer geven voor volledige groep. Ik zou punten geven op de powerpointpresentatie en daar in groep op beoordelen. Wat de uitspraak en presentatie voor de klas betreft, zou ik voor iedereen individueel een cijfer geven. De één is al sterker in taal dan de andere en durft ook beter voor een groep te spreken. Zo kan je vermijden dat iedereen hetzelfde cijfer krijgt. Er zal altijd iemand zijn die er veel tijd en energie en creativiteit heeft ingestoken, en er zullen er andere zijn die gewoon met de punten van een ander gaan lopen. Door de punten op te splitsen, blijf je iets objectiever. Je kan hen zelf ook een evaluatieve scorewijzer laten invullen na de presentatie. Vraag hen dan ook om hier eerlijk op te antwoorden, want zo leren ze het meest uit hun eigen prestatie, of deze nu positief of negatief was.
De reactie van de leerling was redelijk uitdagend, maar toch heb je er goed aan gedaan om hem een antwoord te geven. Persoonlijk zou ik dit niet tijdens de les gedaan hebben ten opzichte van de andere leerlingen. Ik zou aan deze leerling gevraagd hebben om na de les hierover nog eens alle zaken te kortsluiten. Op deze manier geef je de andere leerlingen ook geen kans om zelf ook in de aanval te gaan, wat kan escaleren tot een verbaal gevecht en zware discussie over punten. Je hebt wel positief gereageerd door de leerlingen aan te tonen dat je zo objectief mogelijk probeert te zijn, ook al werd dit ontkracht door deze leerling. Je hebt ook een risico genomen door te 'dreigen' met het aftrekken van punten. Gedrag stond niet op de scorewijzer, en ik weet niet of je dit in je eerste les hebt aangehaald als regel (punten aftrekken bij fout gedrag)...dus proberen zoveel mogelijk consequent te blijven. De leerling heeft zich bij de situatie neergelegd, want de punten waren ook niet dramatisch slecht. Het zou een ander verhaal kunnen worden als het zou gaan om een 5/10 of een 6/10. Dan zou er wel al eens meer discussie kunnen zijn. Punten geven blijft altijd een moeilijk onderwerp, dus probeer zoveel mogelijk objectief te scoren, wat je ook wel toegepast hebt.
(Hye-Sook) Eerst en vooral heb je, zoals hierboven elke keer is aangehaald, rekening gehouden met enkele belangrijke peilers: consequentie, objectiviteit en transparantie. Je had eventueel de scorewijzer inderdaad op voorhand kunnen overlopen, dat komt heel eerlijk en objectief over naar de leerlingen toe, waardoor ze beter weten waar ze moeten op letten en wat ze kunnen verwachten. Op die manier krijgen de leerlingen ook –terecht– het gevoel dat ze goed worden voorbereid op de evaluatie. Ik vind het zeker goed dat je kort en bondig bent ingegaan op zijn opmerking. Ik vermoed ook dat L. met minder geen vrede had genomen. Op zich was hij nog opstandiger geworden als je hem onmiddellijk genegeerd had. Tot slot denk ik dat je niet meer kan doen dan de kans tot dialog aanbieden. Je kan niemand verplichten om te vertellen wat er op zijn lever ligt. Al denk ik dat hij zo vervelend bleef reageren omdat hij in zijn eer gekrenkt was en hij gewoon nog wat steken onder water wou geven.
ConclusieAlgemeen kan ik stellen dat er bij mijn collega's een consensus is over mijn manier van handelen. Sommige dingen had ik naar mijn gevoel ook goed gedaan, terwijl ik me bij andere zaken achteraf zelf vragen stelde. Ik kon de vraag van de leerling niet negeren, maar wou ook de vaart niet te veel uit de les halen; ik bleef taakgericht. Daarom heb ik geprobeerd de discussie in de les zelf zo kort mogelijk te houden. Omdat ik de leerling al eventjes kende, wist ik dat ik geen groot risico nam met mijn "dreiging". Ik wist dat ik L. op die manier wel zou doen nadenken over zijn gedrag op dat moment. Maar toen ik merkte dat hij zich nog steeds in zijn eer gekrenkt voelde (zoals Hye-Sook opmerkte), wilde ik hem toch aanspreken. Ik denk dat ik daar inderdaad goed aan gedaan heb. Ik heb de leerling getoond dat ik ook relatiegericht was, maar het was zijn keuze om daar niet op in te gaan. Ik heb inderdaad een fout gemaakt bij het punten geven per groepje. Ik had nu wel het geluk dat sterke sprekers elkaar opzochten en dat zwakkere sprekers samentroepten. Veel verschillen op vlak van uitspraak waren er dus niet, waardoor het mogelijk was om elk lid van het groepje dezelfde punten te geven. Als ik had gemerkt dat er grote verschillen waren in uitspraak, had ik misschien toch elke leerling apart geëvalueerd. Maar het is toch een punt dat ik meeneem in mijn volgende praktijkervaringen. Ik dacht dat ik transparant genoeg was door op voorhand uit te leggen hoe ik zou evalueren, maar ik stelde me achteraf ook de vraag of het niet beter zou geweest zijn om samen met de leerlingen de scorewijzer te overlopen. Ook mijn collega's delen deze vraag. Ik denk dat ik in het vervolg op voorhand toch langer ga stilstaan bij de manier van evalueren. Ik wil er wel aan toevoegen dat het achteraf natuurlijk veel gemakkelijker is om een juiste reactie op het conflict te geven, maar dat het op het moment zelf toch "beangstigend" is. Je moet juist handelen, je wil tegen-gedrag niet met tegen-gedrag beantwoorden, maar het is niet gemakkelijk. Ik denk dat uit de reacties van mijn collega's gebleken is dat ik hierbij toch goed gehandeld heb en dat ik dat dus in de toekomst ook wel zou moeten kunnen. Als laatste punt wil ik nog zeggen dat ik blij ben dat ik een case uit mijn eigen ervaring als leidersfiguur heb gekozen. Het is heel leerrijk om de menigen van anderen te lezen in verband met mijn leiderschapsstijl of met mijn omgang met conflicten. Het geeft zelfvertrouwen om te lezen dat je goed gehandeld hebt, zeker als beginnende leerkracht. Natuurlijk zal ik me bij elk conflict dat ik nog zal meemaken achteraf veel vragen stellen en bedenkingen hebben, maar ik denk dat het een leerproces is. Elke ervaring geeft je nieuwe inzichten en uit elke fout die je maakt (of die anderen maken), leer je wel iets. Ik vond dit dus een heel zinvolle opdracht waaruit ik veel geleerd heb.
Situering
Ik gaf dit jaar 3 maanden les in een 5de jaar Handel. Ik gaf daar Engels. Aangezien Engels niet tot de talen behoort die ik gestudeerd heb, heb ik vooral lesgegeven volgens het jaarplan van een collega. Een opdracht die ik via hem gegeven had aan de leerlingen, was: presenteer een stad van het Verenigd Koninkrijk. De leerlingen mochten per 2 een stad kiezen uit een lijst en we bespraken wat er allemaal in de presentatie moest komen. Ik wist dat ze eerder al powerpoint-presentaties gemaakt hadden voor andere vakken, dus dat vormde al geen probleem. Om visueel duidelijk te maken wat ik van hen verwachtte, had ik zelf ook zo een presentatie gegeven over een Britse stad. Ik liet hen ook duidelijk verstaan dat ik een socrewijzer zou gebruiken die ook door die andere leerkracht gebruikt werd bij mondelinge oefeningen. Ik maakte hen erop attent dat ik zowel lette op taal (uitspraak, woordenschat en grammatica) als op de presentatie zelf (ze moesten tonen dat ze wisten waarover ze spraken, ze moesten zich aan een vooraf vastgestelde tijd houden én ze moesten minstens één bron vermelden op de laatste slide). De leerlingen keken nogal op: hun "eigenlijke" leerkracht verwachtte nooit zoveel van hen, maar ze waren wel blij dat ze eens iets anders mochten doen dan gewoon een dialoogje afdreunen. Ze lieten hun creativiteit de vrije loop en de ene PowerPoint was al mooier dan de andere. Maar dat was niet het enige wat telde, dat had ik hen al duidelijk gemaakt. Ik maakte bij de presentaties notities bij de scorewijzer en gaf iedereen achteraf feedback. Na alle presentaties zette ik de scorewijze om in "punten voor op het rapport". De leerlingen kregen dus een score op 10 aan de hand van mijn notities. Ik gaf punten per groepje, niet per persoon.
Er was één jongen in de klas die men een echte "strever" kan noemen. L. viel direct op als iemand die veel aandacht wou. Hij studeerde veel, haalde goede resultaten. Maar hij overdreef daar soms in. Hij was een echt haantje-de-voorste, soms zelfs op het betweterige af. Als we oefeningen maakten, wilde hij steeds antwoorden en gaf hij de kans niet aan andere leerlingen. Hij wilde zich laten gelden en als hij het niet eens was met wat een ander (zelfs de leerkracht) zei, dan liet hij dat duidelijk merken en hij durfde andere, minder sterke leerlingen, wel eens neerhalen. Die leerling was blij dat hij met een medeleerling een presentatie mocht geven over Liverpool, de stad van zijn favoriete voetbalploeg. Ik had er hem wel attent op gemaakt dat het over meer dan voetbal moest gaan.
Het conflict
Toen iedereen na de presentaties zijn punten gekregen had, vroeg ik of er nog vragen of opmerkingen waren. Natuurlijk had L. wel iets te zeggen over zijn resultaat, dat nochtans niet slecht was (7/10). Hij stond plots recht en zei: "het is wel duidelijk dat u punten geeft op het gezicht". Ik vroeg hem zijn mening te verduidelijken en toen kwam de uitleg dat ik meer punten gaf aan leerlingen die ik "beter afkon" en dat het duidelijk was dat ik subjectief punten gaf. Hij niet alleen dat hij meer punten verdiend had, maar ook dat andere leerlingen minder goede punten verdienden. Ik vertelde hem nogmaals hoe ik tewerk gegaan was en dat ik hen dat ook op voorhand gezegd had: dat ik objectief keek naar de presentaties aan de hand van de scorewijzers. Ik heb ook niet op het moment van de presentatie zelf punten gegeven, maar achteraf aan de hand van de notities, wat in mijn ogen de objectiviteit verhoogde. Toch vond hij het nog niet eerlijk dat hij maar 1 punt meer had dan 2 meisjes die in zijn ogen veel zwakker waren dan hem. Ik zei hem dat de resultaten van de anderen hier niet ter discussie stonden. Hij vond dat zijn presentatie heel goed was, terwijl ik bij de feedback ook al gezegd had dat ze teveel letterlijk aflazen wat op hun blaadje stond en dat zijn spontaan gesproken Engels (op momenten dat hij niet naar zijn blad keek) toch beter kon voor een 5de jaar. Hij nam hiermee geen genoegen en bleef eisen dat ik zijn punten of die van de andere leerlingen veranderde. Ik zei hem nogmaals dat ik zo objectief mogelijk punten gegeven heb, toch zoveel als mogelijk bij een mondelinge oefening en dat als hij nog steeds niet tevreden was, dat ik na de les wel nog verder wou praten met hem. Ik vroeg hem te gaan zitten, zodat ik verder kon met de les. Hij riep dan dat ik zijn vraag ontweek en dat ik hem niet kon uitstaan en dat ik hem daarom zo weinig punten gegeven had en dat hij "eerlijke" punten eiste. Toen heb ik gezegd: "de enige aanpassing die ik nog kan maken aan je resultaat, is punten aftrekken voor je gedrag nu." De jongen was duidelijk niet blij met dat antwoord, maar ging toch (met een heel kwaad gezicht) zitten.
oplossing van het conflict
Ik ben dan gewoon verder gegaan met de les, tot genoegen van de andere leerlingen, die ook wel genoeg hadden van die discussie. L. bleef me wel met een zeer zuur gezicht aankijken, ik kon zelfs enkele tranen in zijn ogen zien. Hij bleef gemene opmerkingen fluisteren als ik iets zei, maar ik negeerde dat. Ik wilde verder met de les. Na de les ben ik nog even bij hem geweest en heb ik hem gevraagd of er nog iets op zijn lever lag en of hij er nu verder over wou praten. Hij gaf echter een ontwijkend antwoord en liep weg. In de tweede les die ik die dag aan hen gaf, zag ik aan L. nog altijd dat hij met het probleem zat en na de les sprak ik hem er opnieuw op aan, met alweer een afwijzend antwoord tot gevolg. In de volgende lessen leek het probleem te zijn verdwenen. Hij was weer zijn gewone zelf, maar toch liet hij af en toe merken dat hij deze "nederlaag" nog niet vergeten was, al liep dat niet uit de hand en is het niet meer tot een discussie gekomen.
Nabeschouwing
Ik had een heel goeie band met de klas en ze hadden al vaker laten blijken dat ze mijn manier van lesgeven wel apprecieerden. Ook in de discussie met L. merkte ik dat de andere leerlingen mij steunden. Dat kwam misschien ook door het feit dat hij hen opnieuw neerhaalde en dat ik dat niet toeliet. De leerlingen gaven ook opmerkingen tegen L. en maanden hem aan te kalmeren en te gaan zitten.
Ik dacht ook dat ik vooraf voldoende had duidelijk gemaakt hoe ik punten ging geven en dat ik met de feedback toch al een beetje had laten merken of de punten goed of slecht zouden zijn.
Ik denk nu wel dat ik op voorhand samen met de leerlingen de scorewijzer zou moeten overlopen hebben. In het vervolg zou ik hen ook een kopie van hun persoonlijke scorewijzer geven, zodat ze kunnen zien hoe ik punten gegeven heb en waar ze in het vervolg op moeten letten.
Daarnaast denk ik dat het fout was van mij om op het moment zelf op de opmerking in te gaan en zo toe te laten dat de les verstoord werd. Maar ik kon die vraag toch niet gewoon negeren?
Vragen aan medecursisten
Hoe zou je een dergelijke situatie kunnen aanpakken?
Had ik de discussie vroeger moeten stopzetten?
Had ik achteraf verder moeten ingaan op het feit dat de jongen toonde dat hij er nog problemen mee had, ook al zei hij van niet?
...
Reacties
(Nico) Ik denk dat mijn aanpak niet zo veel zou verschillen van die van jou. Je hebt duidelijke instructies gegeven bij de opdracht en hebt ook onmiddellijk feedback gegeven na de presentatie. De scorewijzer had je inderdaad op voorhand samen kunnen overlopen, zodat ze een nog duidelijker beeld hebben van de manier van evalueren. Je had ze eventueel ook nog meer bij de evaluatie kunnen betrekken door co-evaluatie of zelfevaluatie te hanteren. Ik zou geen punten geven per groepje of toch niet voor het criterium “uitspraak” dat volgens mij individueel moet bekeken worden.
Je hebt goed gehandeld door de jongen voor te stellen om er na de les over te praten. Daarmee heb je de vraag niet ontweken, maar gewoon uitgesteld tot na de les. Dit zou ik ook zo doen, zo bouw je immers bedenktijd voor jezelf in. Door echter te zeggen “de enige aanpassing die ik nog kan maken aan je resultaat is punten aftrekken voor je gedrag nu” heb je wel een risico genomen. De jongen is gelukkig gaan zitten, maar de situatie had even goed kunnen escaleren indien de jongen die opmerking als olie op het vuur geïnterpreteerd had.
Je hebt tot twee keer toe geprobeerd om hem na de les aan te spreken. Zo zou ik ook handelen. Hij zat toen duidelijk in de “post-crisis depressiefase”. Dan is het belangrijk om te weten hoe hij zich voelt en om te praten over wat er gebeurd is. Ik zou hem dan ook net als jij aanspreken en empathie tonen (“Ik merk dat je er nog mee zit, zullen we erover praten?”). Je hebt je bereidheid tot dialoog getoond, maar je kan hem natuurlijk niet dwingen.
Als leerkracht is het belangrijk dat je een veilige leeromgeving creëert voor je leerlingen. Om voor een goede sfeer in de klas te zorgen, zou ik dergelijke leerlingen zeker expliciet laten weten dat je wel gemerkt hebt dat ze willen antwoorden, maar dat je ook de anderen de kans wil geven. Of als de leerling in discussie gaat, kan je aangeven dat elke mening even waardevol is. Zo stel je je objectief en neutraal op in de klas. In dit kader vind ik het ook belangrijk om met die ene leerling in dialoog te gaan over zijn opmerking i.v.m. het “beter afkunnen” van andere leerlingen. Wat in je verbaal of non-verbaal gedrag zorgt ervoor dat die leerling zo denkt over je? Gaat het gewoon om die punten van die ene opdracht of waren die punten de druppel die de emmer deed overlopen bij die jongen? Misschien heeft die jongen in de loop van de tijd een perceptie van je opgebouwd die niet klopt met de werkelijkheid. Ik zou dit dan ook zien als een kans om te leren over hoe je overkomt bij leerlingen en om het beeld dat die ene leerling over je heeft bij te stellen.
(Inna)
Conflicten en spanningen rond de subjectieve evaluaties gebeuren regelmatig. De ene doet dat “achter de rug” van een leraar, de andere zegt zijn mening rechtuit. Wij als (toekomstige) leerkrachten kunnen sommige situaties voorzien en ons op voorhand voorbereiden voor onaangename discussies en opmerkingen. Ik vind dat de conflictsituatie die Delphine meegemaakt heeft zeer nuttig is om hier te bespreken.
Eerst en vooral wil ik zeggen dat ze haar best gedaan heeft om niet te diep op het conflict in te gaan. Ze heeft duidelijke antwoorden gegeven op de vragen van L. en ging verder met de les. L. heeft een paar kansen gekregen om met Delphine te praten en naar haar uitleg te luisteren, maar heeft haar voorstel geweigerd. Misschien voelde hij intuïtief aan dat ze gelijk had, maar toch kon hij er niet in slagen om zijn emoties onder controle te houden. En deze keer was Delphine slim genoeg om zijn reacties te negeren.
Het verbaast me niet dat die strever zo lang zijn teleurstelling verwerkte. Voor zulk een haantje-de-voorste was 7/10 natuurlijk veel te weinig. En wie weet, misschien was de “eigenlijke” leerkracht niet zo veeleisend voor dergelijke moeilijke opdrachten zoals een PowerPointpresentatie.
In ieder geval vind ik dat Delphine haar aanpak (als beginnende lerares) juist was. Ze heeft voldoende gedaan om haar standpunt te argumenteren en twee kansen aan L. te geven om na de les eventuele onenigheid te bespreken. Het feit dat hij deze kansen niet gegrepen heeft blijft zijn keuze.
Toen ik de beschrijving van het conflict las, had ik een paar vragen. Ik vroeg me af of het niet beter zou zijn om de scorewijzer eerst samen met de leerlingen te bekijken en om hun aandacht op de belangrijkste punten te vestigen? Maar op het einde van de nabeschouwing vond ik dat Delphine dat zelf opgemerkt heeft. En meer zelfs: ze wou een kopie van de scorewijzer aan iedereen bezorgen, zodat de leerlingen hun tops en tips zouden weten en daarna aan minder goede punten kunnen werken.
Verder had ik nog een vraag: hoe zou Delphine aan de groep gezamenlijke punten geven voor taal? Als de ene bijna foutloos en accentloos spreekt en 9 punten verdient en voor de andere kan ze niet meer dan 5 geven, zouden ze dan gemiddeld 7 krijgen? Ik zie dat Nico ook ernstige twijfels bij dit puntje heeft.
Het is onvermijdelijk dat je als onervaren leraar wat foutjes maakt. Je leert eruit. Delphine heeft haar conclusies uit dit conflict getrokken en liet er ons over nadenken.
(Charlotte) Ik denk dat er in deze situatie een aantal zaken zijn die je zeer goed hebt aangepakt. Ik begin bij de scorewijzer: je hebt de scorewijzer gebruikt die door de andere leerkracht werd gebruikt bij mondelinge oefeningen. Je vraagt je af of je de scorewijzer had moeten overlopen, maar waren de leerlingen dan nog niet vertrouwd met het systeem? De vorige leerkracht had die toch ook al toegepast, dus de leerlingen moeten geweten hebben waaraan ze zich moesten verwachten? Bovendien geef je aan dat je bij de bespreking van de opdracht duidelijk hebt gemaakt waarop ze moesten letten, en dat je zowel op hun taal als op de presentatie zelf zou quoteren. Ik denk dat je niet meer had hoeven te doen, de leerlingen hadden jouw opmerkingen kunnen noteren, waardoor ik het zeker niet nodig vind dat ze vooraf alle criteria kregen.
Het tweede dat ik zeer goed vind is dat je achteraf een score gaf op basis van je notities. Dat zorgt ervoor dat je het niveau van de groep goed kan inschatten en dat je niet eindigt met onevenwichtige scores. Ik denk dat je op die manier ook een objectieve score kunt geven, die je achteraf ook kan staven met je notities en je scorewijzer. Dat je punten per groepje gaf vind ik ook een evidentie, aangezien het een groepsopdracht was. Wel maak ik mij de bedenking of je de component van uitspraak wel als groep kan beoordelen, ik denk dat je deze component toch apart moet beoordelen. Daarnaast denk ik ook dat het goed zou zijn als je naar de toekomst toe feedbackmomenten voorziet voor de groepjes. Je zou bijvoorbeeld elk groepje apart bij je kunnen roepen, en ze vragen om hun eigen prestatie te evalueren, waarna je jouw opmerkingen kan meegeven. Op die manier krijgen de leerlingen ook het gevoel dat ze bijleren door de opdracht. Het zou dan natuurlijk zeer goed zijn om die bemerkingen mee te nemen naar een volgende opdracht, en te zien hoe de leerlingen hun fouten aanpakken en het beter doen.
Wat ik als laatste puntje ook zeer goed vond, is de manier waarop je het conflict in de klas hebt aangepakt. Je was verplicht om die leerling een antwoord te geven, wat je dan ook kort en zo snel mogelijk hebt gedaan. De andere leerlingen hebben inderdaad ook geen zin in dergelijke conflicten en het was goed dat je snel je les hebt hervat. Het is wel jammer dat die leerling daarna nog zo kwaad is gebleven. Misschien had een persoonlijke feedbacksessie kunnen helpen om hem zijn fouten te laten inzien, of eventueel een feedbackmoment voor de hele klas? Mijn vrees is dat hij door die ene slechte ervaring nu een minder gemotiveerde leerling zou worden, terwijl hij duidelijk een zeer gedreven iemand is. Ik denk dat het goed was geweest om met die leerling sowieso een gesprek te hebben, maar je kan hem natuurlijk niet dwingen. Het enige wat je kunt doen, en wat je ook gedaan hebt, is hem duidelijk maken dat je bereid bent om er nog eens met hem over te spreken.
(DelphineN)
Ik vind dat je het probleem in het algemeen goed hebt aangepakt: je hebt enerzijds voet bij stuk gehouden en niet van standpunt veranderd zodat je je gezag niet bent verloren (had je toegegeven, dan was het hek helemaal van de dam), maar anderzijds heb je je niet laten verleiden om het tegengedrag van de leerling met tegengedrag te beantwoorden, maar ben je in je begeleidende, ondersteunende en conflictoplossende functie van leerkracht kunnen blijven.
In tegenstelling tot Nico vind ik niet dat je een risico hebt genomen door te dreigen met punten af te trekken voor gedrag, toch niet wat de reactie van de leerling betreft: je wéét dat punten de leerling zéér nauw aan het hart liggen en hebt dus een zeer slimme zet gedaan om daarop in te zetten. Je kon zijn reactie zo voorspellen. Wel vind ik het risicovol om te dreigen met sancties die je moeilijk kan waarmaken of verantwoorden: je zegt objectief te zijn in de punten (met behulp van je scorewijzer) maar in een discussie over net die objectiviteit zou je subjectieve zaken als gedrag een duidelijke invloed op punten laten hebben. Dat is tegenstrijdig.
Los van het conflict en zoals reeds opgemerkt (door jezelf en in de bovenstaande reacties), had je misschien dit probleem kunnen vermijden door de scorewijzers te tonen en de leerlingen er meer bij te betrekken. En inderdaad, je evaluatie was niet helemaal valide doordat je een individueel gebonden aspect (uitspraak) op het niveau van een hele groep beoordeelt. Je had je scorewijzer misschien moeten opsplitsen in 1. de powerpoint en de inhoud en anderzijds 2. de mondelinge presentatie; van het eerste kan je als leerkracht niet weten wie wat aan de taak heeft bijgedragen en het tweede is duidelijke mondelinge vaardigheid (individueel). Je had dus misschien ook twee punten kunnen geven voor de twee verschillende onderdelen: ze reflecteren verschillende doelstellingen: het eerste punt gaat dan over de vakoverschrijdende ICT-kennis en de opzoekvaardigheden, de tweede punt over hun mondelinge performance. Ook op die manier had je meer duidelijkheid over je evaluatie en over je punten kunnen bewerkstellingen.
(Ilse)
Ik denk dat ik de situatie zelf ook zo zou aanpakken. Je hebt heel duidelijk geformuleerd wat het doel van de opdracht was, hoe er zou beoordeeld worden, wat er van de leerlingen verwacht werd. Je hebt zelf een voorbeeld gegeven door zelf een presentatie te geven. Voor de minder taalvaardige of ICT-minded leerlingen kon dit ook een leidraad zijn om een eigen presentatie op te stellen. Persoonlijk zou ik hen na de presentaties laten zien wat er allemaal op de scorewijzer vermeld staat. Ik zou dit nog niet op voorhand verspreiden, want dan zou dit kunnen uitdraaien op muggezifterij. Je zou hen wel kunnen uitleggen hoe er zal beoordeeld worden. Als je de beslissing neemt om in groepjes te werken, dan is het geven van punten altijd moeilijk. Ik zou de punten dan ook opsplitsen en niet 1 cijfer geven voor volledige groep. Ik zou punten geven op de powerpointpresentatie en daar in groep op beoordelen. Wat de uitspraak en presentatie voor de klas betreft, zou ik voor iedereen individueel een cijfer geven. De één is al sterker in taal dan de andere en durft ook beter voor een groep te spreken. Zo kan je vermijden dat iedereen hetzelfde cijfer krijgt. Er zal altijd iemand zijn die er veel tijd en energie en creativiteit heeft ingestoken, en er zullen er andere zijn die gewoon met de punten van een ander gaan lopen. Door de punten op te splitsen, blijf je iets objectiever. Je kan hen zelf ook een evaluatieve scorewijzer laten invullen na de presentatie. Vraag hen dan ook om hier eerlijk op te antwoorden, want zo leren ze het meest uit hun eigen prestatie, of deze nu positief of negatief was.
De reactie van de leerling was redelijk uitdagend, maar toch heb je er goed aan gedaan om hem een antwoord te geven. Persoonlijk zou ik dit niet tijdens de les gedaan hebben ten opzichte van de andere leerlingen. Ik zou aan deze leerling gevraagd hebben om na de les hierover nog eens alle zaken te kortsluiten. Op deze manier geef je de andere leerlingen ook geen kans om zelf ook in de aanval te gaan, wat kan escaleren tot een verbaal gevecht en zware discussie over punten. Je hebt wel positief gereageerd door de leerlingen aan te tonen dat je zo objectief mogelijk probeert te zijn, ook al werd dit ontkracht door deze leerling.
Je hebt ook een risico genomen door te 'dreigen' met het aftrekken van punten. Gedrag stond niet op de scorewijzer, en ik weet niet of je dit in je eerste les hebt aangehaald als regel (punten aftrekken bij fout gedrag)...dus proberen zoveel mogelijk consequent te blijven. De leerling heeft zich bij de situatie neergelegd, want de punten waren ook niet dramatisch slecht. Het zou een ander verhaal kunnen worden als het zou gaan om een 5/10 of een 6/10. Dan zou er wel al eens meer discussie kunnen zijn. Punten geven blijft altijd een moeilijk onderwerp, dus probeer zoveel mogelijk objectief te scoren, wat je ook wel toegepast hebt.
(Hye-Sook) Eerst en vooral heb je, zoals hierboven elke keer is aangehaald, rekening gehouden met enkele belangrijke peilers: consequentie, objectiviteit en transparantie. Je had eventueel de scorewijzer inderdaad op voorhand kunnen overlopen, dat komt heel eerlijk en objectief over naar de leerlingen toe, waardoor ze beter weten waar ze moeten op letten en wat ze kunnen verwachten. Op die manier krijgen de leerlingen ook –terecht– het gevoel dat ze goed worden voorbereid op de evaluatie. Ik vind het zeker goed dat je kort en bondig bent ingegaan op zijn opmerking. Ik vermoed ook dat L. met minder geen vrede had genomen. Op zich was hij nog opstandiger geworden als je hem onmiddellijk genegeerd had. Tot slot denk ik dat je niet meer kan doen dan de kans tot dialog aanbieden. Je kan niemand verplichten om te vertellen wat er op zijn lever ligt. Al denk ik dat hij zo vervelend bleef reageren omdat hij in zijn eer gekrenkt was en hij gewoon nog wat steken onder water wou geven.
ConclusieAlgemeen kan ik stellen dat er bij mijn collega's een consensus is over mijn manier van handelen. Sommige dingen had ik naar mijn gevoel ook goed gedaan, terwijl ik me bij andere zaken achteraf zelf vragen stelde. Ik kon de vraag van de leerling niet negeren, maar wou ook de vaart niet te veel uit de les halen; ik bleef taakgericht. Daarom heb ik geprobeerd de discussie in de les zelf zo kort mogelijk te houden. Omdat ik de leerling al eventjes kende, wist ik dat ik geen groot risico nam met mijn "dreiging". Ik wist dat ik L. op die manier wel zou doen nadenken over zijn gedrag op dat moment. Maar toen ik merkte dat hij zich nog steeds in zijn eer gekrenkt voelde (zoals Hye-Sook opmerkte), wilde ik hem toch aanspreken. Ik denk dat ik daar inderdaad goed aan gedaan heb. Ik heb de leerling getoond dat ik ook relatiegericht was, maar het was zijn keuze om daar niet op in te gaan. Ik heb inderdaad een fout gemaakt bij het punten geven per groepje. Ik had nu wel het geluk dat sterke sprekers elkaar opzochten en dat zwakkere sprekers samentroepten. Veel verschillen op vlak van uitspraak waren er dus niet, waardoor het mogelijk was om elk lid van het groepje dezelfde punten te geven. Als ik had gemerkt dat er grote verschillen waren in uitspraak, had ik misschien toch elke leerling apart geëvalueerd. Maar het is toch een punt dat ik meeneem in mijn volgende praktijkervaringen. Ik dacht dat ik transparant genoeg was door op voorhand uit te leggen hoe ik zou evalueren, maar ik stelde me achteraf ook de vraag of het niet beter zou geweest zijn om samen met de leerlingen de scorewijzer te overlopen. Ook mijn collega's delen deze vraag. Ik denk dat ik in het vervolg op voorhand toch langer ga stilstaan bij de manier van evalueren.
Ik wil er wel aan toevoegen dat het achteraf natuurlijk veel gemakkelijker is om een juiste reactie op het conflict te geven, maar dat het op het moment zelf toch "beangstigend" is. Je moet juist handelen, je wil tegen-gedrag niet met tegen-gedrag beantwoorden, maar het is niet gemakkelijk. Ik denk dat uit de reacties van mijn collega's gebleken is dat ik hierbij toch goed gehandeld heb en dat ik dat dus in de toekomst ook wel zou moeten kunnen.
Als laatste punt wil ik nog zeggen dat ik blij ben dat ik een case uit mijn eigen ervaring als leidersfiguur heb gekozen. Het is heel leerrijk om de menigen van anderen te lezen in verband met mijn leiderschapsstijl of met mijn omgang met conflicten. Het geeft zelfvertrouwen om te lezen dat je goed gehandeld hebt, zeker als beginnende leerkracht. Natuurlijk zal ik me bij elk conflict dat ik nog zal meemaken achteraf veel vragen stellen en bedenkingen hebben, maar ik denk dat het een leerproces is. Elke ervaring geeft je nieuwe inzichten en uit elke fout die je maakt (of die anderen maken), leer je wel iets. Ik vond dit dus een heel zinvolle opdracht waaruit ik veel geleerd heb.
....