Beschrijving conflict
Een aantal jaar terug, toen ik nog les volgde in het secundair onderwijs, zat ik een klas met vooral meisjes. Ik heb het nooit anders geweten dan dat de meisjes veel rustiger waren dan die paar jongens die in de klas zaten. Er ging geen week voorbij of de jongens hadden ruzie, zetten de klas op stelten of zorgden voor onrust en onderbrekingen in de lessen. Vaak was dat niet meer dan kattenkwaad, waarbij vooral de leerkracht geërgerd werd, maar er waren ook diepgaandere conflicten. In die groep jongens zat een jongen die niet echt bij de groep hoorde, hoe klein die ook was. Die jongen was wat anders, hij was wat zwaarder, had andere hobby’s (hij hield bijvoorbeeld niet van voetbal, wat alle andere jongens wel gemeen hadden) en hield zich wat meer op zichzelf. Hij had andere meningen en lag daardoor vaak in de clinch met de ‘leidersfiguur’ uit de jongensgroep. Op den duur werd bijna elke les onderbroken doordat die twee jongens met elkaar ruzie kregen of elkaar aan het beledigen waren. De ene had dan bijvoorbeeld commentaar op een antwoord van de andere, of ze begonnen met elkaar te discussiëren. In een bepaalde les was het hek weer van de dam. De ene, ‘andere’, jongen had een foutief antwoord gegeven, wat voor de hele groep jongens bijzonder amusant was. De leider in de groep liet deze kans niet voorbij gaan, en begon, zoals zo vaak, op de jongen met het verkeerde antwoord te vitten. Deze keer bood hij weinig weerspraak, wat voor de leider van de groep een soort stimulans was om nog verder te gaan en de jongen over persoonlijke en fysieke kenmerken begon uit te schelden. Op dit moment kwam de leerkracht tussenbeide, en werd de leider van de groep uit de klas gezet en naar de directeur gestuurd.
Voor dit incident was het duidelijk dat de groep meisjes het gedrag van de leider-jongen afkeurden. Op de speelplaats werd al langer druk gepraat over zijn gedrag, maar sinds het incident werd er door de meisjes meer opgekomen voor de gepeste jongen. Er werd ook beseft dat de visite bij de directeur niet veel meer had opgebracht dan een waarschuwing. Als er weer conflicten dreigden te ontstaan, dan was er meestal wel iemand van de meisjes die opstond om de leider-jongen terecht te wijzen en de mond te snoeren.
Achteraf gezien vraag ik me af of er iemand van ons de hulp had moeten inroepen van het lerarenkorps. Het was voor alle leerlingen duidelijk dat die jongen gepest werd, maar de klas werd er nooit over aangesproken door leerkrachten, behalve dan de occasionele reprimande voor de pester, maar daar bleef het bij. Het pestprobleem werd nooit op een structurele manier aangepakt. Ik vraag me af hoe dit probleem het beste zou worden aangepakt. Het lijkt me niet evident om de pester ervan te overtuigen dat zijn gedrag fout is, en het lijkt me ook niet evident om bijvoorbeeld de gepeste te overhalen om naar de directie te stappen. Hadden de leerkrachten zelf structureel moeten ingrijpen, of had de gepeste hulp moeten inroepen?
....
Reacties van de andere groepsleden op deze gevalstudie
(Hye-Sook) Ik kan me voorstellen dat je als gepeste niet durft in te grijpen. Ik verwacht dan eigenlijk ook dat de leerkrachten en misschien vooral de klastitularis alert zijn voor pestgedrag. Als dit meermaals is voorgevallen in verschillende lessen, kan ik me moeilijk voorstellen dat hier nooit eens iets over is gevallen op een klassenraad. Struisvogelgedrag is gemakkelijk, maar het welzijn van de leerling (‘het goed in je vel voelen in een groep’) primeert. Je kan anders toch niet verwachten dat de leerlingen opgroeien tot zelfzekere volwassenen, die streven om het beste uit zichzelf te halen? Ik denk dat je de ‘pestkop’ moet duidelijk maken dat een dergelijk gedrag niet door de beugel kan en dat er zal opgetreden worden als er niks verandert. Dat de hele klassenraad ervan overtuigd is dat pesten niet getolereerd wordt, dat iedereen een oogje in het zeil zal houden en dat er zonder aarzelen stappen zullen ondernomen worden, bij langdurig gepest. Als je de pestkop al confronteert met zijn gedrag en het feit dat je hier als lerarenteam van op de hoogte bent, denk ik dat je de leerling in kwestie toch een deeltje van zijn onaantastbaarheid wegneemt.
(Nico) Volgens mij is het in de eerste plaats aan de leerkrachten om een veilige leeromgeving te creëren. Zij dienen het groepsgevoel te bewaken en kunnen ervoor zorgen dat elke leerling zich goed voelt in de groep door bijvoorbeeld tolerantie te benadrukken en te communiceren met de betrokken leerlingen over het geobseerveerde gedrag. Zo kunnen zij ook de oorzaak van het conflict achterhalen: wil de pester gewoon stoer en populair zijn of zijn er dieperliggende oorzaken? Doordat de relatiedimensie in deze klas verstoord was, had dit hoogstwaarschijnlijk ook een negatieve impact op de taakgerichtheid van de klas. Ook de leerkrachten hadden er dus belang bij om dit conflict op te lossen en het is dan ook raar dat ze onvoldoende actie ondernomen hebben.
Voor leerkrachten is het misschien niet altijd evident om het onderscheid te maken tussen plagen en pesten, maar ik denk dat in deze situatie toch wel duidelijk was dat het om pestgedrag ging (verbale agressie: schelden, vernederende opmerkingen). De leraren hadden preventiever en structureler moeten ingrijpen i.p.v. gewoon reactief en occasioneel het pestgedrag te bestraffen.
Het lijkt mij absoluut niet evident voor de gepeste leerling om hulp in te roepen. Het pestgedrag vond namelijk vaak plaats onder de ogen van de leerkrachten en toch ondernamen die weinig actie. De directie gaf enkel een waarschuwing aan de pester. De gepeste leerling had hierdoor misschien de indruk dat de leerkrachten en de directie het probleem niet ernstig namen en het bijgevolg geen enkele zin had naar hen toe te stappen. Dit lijkt mij wel een goed voorbeeld om het principe van “mediation door leerlingen” op toe te passen. Hierbij kunnen leerlingen ook een bijdrage leveren aan een veiliger schoolklimaat door als mediator of conflictbemiddelaar hun medeleerlingen te helpen bij het oplossen van hun conflicten. De mediator mag dan wel geen medeleerling uit de klas zijn, maar bijvoorbeeld wel iemand uit een andere klas. Dit principe kan natuurlijk enkel toegepast worden als het ingebed is in het schoolbeleid, wat in deze case niet het geval is.
(DelphineN) Ik vind ook dat vooral de leerkrachten een verantwoordelijkheid hebben in het (hopelijk) voorkomen, dan wel toch bestrijden van pestgedrag. Dat de gepeste niet durft op te komen voor zichzelf, is niet verwonderlijk: hij staat buiten de groep en vertoont waarschijnlijk teruggetrokken . Dat ook de andere leerlingen niet structureel ingrijpen (enkel beschermen) kan hen volgens mij niet worden verweten: je moet al héél erg sterk in je schoenen staan om tegen een agressief gedrag van de pester averechts te reageren (cf. roos van Leary): de leerlingen hebben een natuurlijke reactie gehad en werden in een defensieve positie gedrukt door de agressor. Het is immers een natuurlijke reactie om bij agressie te willen vechten, vluchten of verstarren.
Voor de leerkracht daarentegen, is het noodzakelijk dat hij die drie primaire, natuurlijke reacties overstijgt. Het moet het duidelijk geweest zijn dat dit type gedrag écht instrumentele agressie was, actief gericht tegen één persoon. Dat heeft niets te maken met het onladen van emoties en kan dus niet worden goedgepraat. Belangrijk lijkt mij dat er ook binnen het lerarenkorps actief gewerkt wordt aan een gezamelijke en consequente pestbestrijding: niet alleen moeten leerkrachten worden voorgelicht om pestgedrag te herkennen, ook moet er een soort gezamelijke reactie worden afgesproken, zodat het lerarenkorps als één man sterk tegen de pester kan optreden. Dàt is denk ik de beste aanpak: dat de leerkrachten en directie zelf een actieve en eenvormige strategie inzetten om pesten te bestrijden.
(Inna)
Wat ik persoonlijk verbazend vind is het feit dat de leerkrachten met het lesgeven doorgingen in zo’n verschrikkelijke situatie. Charlotte schrijft: ”Er ging geen week voorbij of de jongens hadden ruzie, zetten de klas op stelten of zorgden voor onrust en onderbrekingen in de lessen.“ Of:”Op de duur werd bijna elke les onderbroken doordat die twee jongens met elkaar ruzie kregen of elkaar aan het beledigen waren. “ Ik kan me voorstellen dat leraren niet altijd doorhebben dat iemand uit de klas gepest wordt, maar zelf maanden doceren in dergelijke omstandigheden en niets ondernemen om orde in de klas te brengen??? Dat is een schreeuwend onprofessionalisme. De klas werd nooit over de pesterij aangesproken door leerkrachten. Zwakke pogingen van de lesgevers om de pester ter verantwoording te roepen leidden tot niets. De meisjes! moesten opstaan om de pestkop terecht te wijzen. Ik vind deze situatie schandalig, want ik zoek naar de redenen van de passiviteit en blindheid van de leerkrachten en eerlijk gezegd kan ik niet onmiddellijk iets bedenken.
Het is zo klaar als een klontje dat het de plicht was van de leerkrachten om vanaf het begin orde te scheppen en discipline te bewaren tijdens de lessen. Dat is dus het eerste wat ze moesten doen. De tweede logische stap zou volgens mij zijn om enkele afzonderlijke gesprekken te plannen en uit te voeren met de jongen die gepest werd, met de pestkop, met de andere jongens en meisjes, alsook met de ouders van de beide partijen. Deze gesprekken zouden kunnen helpen om een duidelijk inzicht in de situatie te krijgen. Ik vind het vanzelfsprekend dat dit conflict een grondig onderzoek en een serieuze aanpak verdient van heel het lerarenteam en ook van het CLB. De samenwerking van de leerlingen uit de klas, het lerarenteam en het CLB zou een eind kunnen maken aan de pesterij.
(Ilse)
In deze situatie kan de schuld niet alleen bij de pesters gelegd worden. De leerkrachten hebben hier ook redelijk wat fouten gemaakt. De leerkrachten hebben volgens mij de situatie niet snel genoeg aangepakt en gewoon genegeerd. Dit toont dat ze niet echt veel interesse hebben wat er omgaat in de leefwereld van de leerlingen, of ze zien het wel maar zwijgen liever omdat ze dan extra energie moeten steken in het oplossen van het probleem. Er kan altijd wel rumoer zijn in de klas en een beetje vrolijke opmerkingen, maar deze mogen niet gaan uitdraaien op mensen gaan uitlachen op hun uiterlijk of gemaakte fouten in de les. Tenslotte ben je toch op school om bij te leren, om tijdens de les zo goed mogelijk mee te werken en durven fouten te maken. Het is beter om tijdens de les fouten te maken, dan op het examen. Ik vind dat een leerling die een fout gemaakt heeft, hier dan ook niet mag op afgestraft worden, en zeker niet door de medeleerlingen. Hier is het de taak van de leerkracht om dat in de kiem te smoren en de pestkop hierover aan te spreken. zoals je hier kon lezen verschuift het pestgedrag zich heel snel (in zelfde lesuur) en gaat van lachen met een fout, naar het lachen met fysieke kenmerken. Dit gedrag is ontoelaatbaar en de leerkracht moet ingrijpen. Een leerling dan naar de directeur sturen, biedt geen oplossing. De leerling moet begrijpen dat zijn gedrag niet juist is, en dat dit op school (en daarbuiten) niet kan. Het is dan ook niet de bedoeling dat de andere leerlingen de problematiek rond pesten in de klas moeten aanpakken. De leerkracht zou dit wel samen met de leerlingen kunnen aanpakken door hierover een onderwijsleergesprek te houden, of een opdracht te geven om een presentatie te geven (in groep) over pesten. Hierbij zou ik de groep volledig omgooien, in de zin dat niemand met zijn of haar beste vriend(in) mag samenwerken. Het systeem van loterij beslist wie met wie zal samenwerken. Door groepjes zo te mixen, kan je ook stuiten op het probleem dat niet iedereen graag zijn thuissituatie toont, waarvoor ik alle begrip heb.
Ik begrijp ook dat niet iedereen dicht bij elkaar woont, of niet iedereen internet (of pc) thuis heeft, dus ik zou hen tijdens de les laten werken aan deze opdracht. Op deze manier leren ze ook samenwerken met iemand waarvan ze op het eerste zicht dachten dat die persoon hen niet zou liggen. Rond de leeftijd van 16 jaar veranderen vriendschappen ook enorm. Uiterlijk en uiterlijke schijn zijn heel belangrijk. Iemand kan niet aanvaard worden door een groepje, louter gebaseerd op uiterlijk. Die leerling kan dan enorm geïsoleerd raken en dat is ook niet de bedoeling. Het is de taak van de leerkracht om de dialoog aan te gaan en aan te tonen dat niet iedere vriendschap dezelfde is. in dit geval kan de ene jongen bijvoorbeeld niet toegelaten worden tot de groep omdat hij niet over voetbal kan meepraten, of omdat hij minder athletisch is en niet kan deelnemen aan dezelfde activiteiten als de groep. Hier kan je bijvoorbeeld wel een raakpunt zoeken, waardoor er wel nieuwe en aparte vriendschappen ontstaan. De 'andere' jongen kan misschien wel heel goed gitaar spelen of zingen, en wie weet hebben er nog wel mensen dezelfde interesse. Het is niet eenvoudig om dit te proberen verwezenlijken als leerkracht, want dit kan positief of negatief uitdraaien, maar toch vind ik het de moeite waard om het pestgedrag aan te pakken op een constructieve manier en hierbij zoveel mogelijk de groep mee te betrekken in het verhaal.
(DelphineD) Ik vond het heel raar om te lezen dat de meisjes die jongen moesten "beschermen" tegen de pesters. Zoals jij het beschreef, moet het voor de leerkrachten toch al heel lang duidelijk geweest zijn wat er aan de hand was. Daarom hadden ze misschien niet direct door dat die ene jongen gepest werd, maar ze moesten toch al gezien hebben dat er problemen waren. Ze konden de jongens al eens apart aangesproken hebben om tot de grond van het probleem te komen. De gepeste jongen zal inderdaad niet snel bij de leerkrachten gaan voor hulp. Maar als je als leerkracht aangeeft dat je ziet dat er een probleem is, zou die jongen sneller kunnen aangeven dat hij gepest werd. Als je als leerkracht toont dat je het probleem wil oplossen, dan zal de leerling naar jou komen. Als je je kop in het zand steekt, dan moet je niet verwachten dat de leerling jou in vertrouwen zal nemen.
Ik vind het heel erg dat de leerkrachten het zo ver hebben laten komen, dat de meisjes van de groep zelf moesten opkomen tegen de pesters. Dat had tot een geëscaleerde situatie in de klas kunnen leiden (al is dat gelukkig niet gebeurd, volgens wat ik uit het verhaal afleid).
De leerkrachten hadden de pesters meteen moeten aanspreken op hun gedrag. Er zijn in veel scholen wel genoeg manieren om pestgedrag te sanctioneren. Het is belangrijk dat de pesters aangesproken worden en dat zij duidelijk weten dat dergelijk gedrag niet kan en wat de sancties zijn. De leerkrachten moeten ook allemaal achter hetzelfde idee staan en op dezelfde manier reageren op het pestgedrag. Dergelijke zaken kunnen (en zouden moeten) besproken worden in de klassenraad.
Ik sluit me dan ook aan bij Ilse: praten over/werken rond pesten in de klas. De leerlingen moeten beseffen wat pesten is, wat de gevolgen kunnen zijn. Ze moeten over hun eigen gedrag kunnen nadenken en dan zullen ze misschien zelf ook veranderen. En ook al veranderen ze niet, ze zullen sowieso stilstaan bij hun gedrag. Als ze dan nog hun gedrag niet aanpassen, dan moeten gepaste straffen volgen!
Conclusie
Uit de reacties blijkt dat de aanpak van het lerarenkorps in dit geval als onvoldoende doortastend kan worden beschouwd. De consensus lijkt te zijn dat het niet alleen onaanvaardbaar is dat een dergelijke situatie zich over een dermate lange periode kon ontwikkelen, maar ook dat het verdedigen van het gepeste individu in geen geval de verantwoordelijkheid van medeleerlingen mag zijn. Het is de taak van de leerkracht om in te schatten wat er in de klas leeft en om conflictsituaties in de mate van het mogelijke in de hand te houden. Misschien was het voor mij, als leerling niet duidelijk wat er leefde in de klassenraad en wat de acties waren die het lerarenkorps ondernam om de gepeste te helpen. Daarom wil ik ook zeker de nadruk erop leggen dat het duidelijk belangrijk is dat er glashelder gecommuniceerd moet worden, niet alleen naar de gepeste toe, maar uiteraard ook naar de klassengroep. De leerkrachten hadden duidelijk moeten communiceren dat pesten onaanvaardbaar is en dat er wel degelijk consequenties aan verbonden zijn. Waarschuwingen e.d. kunnen nooit meer dan een tijdelijke oplossing zijn, er moet daadkrachtig opgetreden worden. Openlijk conflict in de klas moet onmiddellijk in de kiem gesmoord worden, oplossingen kunnen er enkel komen in een rustig gesprek tussen de twee jongens in kwestie, gemodereerd door de leerkracht. Zonder de aanwezigheid van medeleerlingen is er minder geldingsdrang, waardoor een grotere sereniteit mogelijk is. Het doel moet zijn om de vijandigheid te neutraliseren, enerzijds door een gevoel van wederzijds begrip en respect op te roepen, anderzijds door te benadrukken dat een herhaling van pesterijen onherroepelijk gevolgen zal hebben. Als er nadien toch nog conflicten zouden ontstaan, is het van groot belang dat hier consequent en gepast op gereageerd wordt. Hier is het belangrijk dat het lerarenkorps goed communiceert, zoals ook in de reacties benadrukt werd. Sancties moeten proportioneel zijn en er moet op worden gelet dat er geen uitlokkingsgedrag van de andere kant komt. Het is van kapitaal belang dat waarschuwingen hard gemaakt worden, zodat ze hun effect in de toekomst niet missen en zodat dergelijke situaties niet meer kunnen voorkomen. Doordat ik dit meemaakte, en erover kon praten in deze opdracht, er een grondige analyse van kon maken en andere reacties erover kon lezen, besef ik meer wat een impact conflictgedrag in het algemeen, en pestgedrag in het bijzonder, maakt. Pestgedrag beïnvloedt niet alleen de direct betrokkenen, maar ook iedereen die er rechtstreeks en onrechtstreeks bij betrokken is, niet in het minst de medeleerlingen. Als leerkracht heb je dan ook een grote verantwoordelijkheid door ervoor te zorgen dat pestsituaties en conflictsituaties niet escaleren. Je moet niet alleen taakgericht zijn, maar in veel situaties vooral ook sociaal-emotioneel gericht. Ik vrees dat heel wat leerkrachten deze dimensie vaak onderschatten en dat ze te weinig aandacht hebben voor het feit dat alle leerlingen zich goed in hun vel moeten voelen. Wat er in de klas gebeurt draag je als leerling immers lang mee en tekent je, soms goed, soms slecht. Het is belangrijk om een veilige leeromgeving te hebben, waar je later met een gerust gevoel naar kunt terugkijken.
Een aantal jaar terug, toen ik nog les volgde in het secundair onderwijs, zat ik een klas met vooral meisjes. Ik heb het nooit anders geweten dan dat de meisjes veel rustiger waren dan die paar jongens die in de klas zaten. Er ging geen week voorbij of de jongens hadden ruzie, zetten de klas op stelten of zorgden voor onrust en onderbrekingen in de lessen. Vaak was dat niet meer dan kattenkwaad, waarbij vooral de leerkracht geërgerd werd, maar er waren ook diepgaandere conflicten. In die groep jongens zat een jongen die niet echt bij de groep hoorde, hoe klein die ook was. Die jongen was wat anders, hij was wat zwaarder, had andere hobby’s (hij hield bijvoorbeeld niet van voetbal, wat alle andere jongens wel gemeen hadden) en hield zich wat meer op zichzelf. Hij had andere meningen en lag daardoor vaak in de clinch met de ‘leidersfiguur’ uit de jongensgroep. Op den duur werd bijna elke les onderbroken doordat die twee jongens met elkaar ruzie kregen of elkaar aan het beledigen waren. De ene had dan bijvoorbeeld commentaar op een antwoord van de andere, of ze begonnen met elkaar te discussiëren. In een bepaalde les was het hek weer van de dam. De ene, ‘andere’, jongen had een foutief antwoord gegeven, wat voor de hele groep jongens bijzonder amusant was. De leider in de groep liet deze kans niet voorbij gaan, en begon, zoals zo vaak, op de jongen met het verkeerde antwoord te vitten. Deze keer bood hij weinig weerspraak, wat voor de leider van de groep een soort stimulans was om nog verder te gaan en de jongen over persoonlijke en fysieke kenmerken begon uit te schelden. Op dit moment kwam de leerkracht tussenbeide, en werd de leider van de groep uit de klas gezet en naar de directeur gestuurd.
Voor dit incident was het duidelijk dat de groep meisjes het gedrag van de leider-jongen afkeurden. Op de speelplaats werd al langer druk gepraat over zijn gedrag, maar sinds het incident werd er door de meisjes meer opgekomen voor de gepeste jongen. Er werd ook beseft dat de visite bij de directeur niet veel meer had opgebracht dan een waarschuwing. Als er weer conflicten dreigden te ontstaan, dan was er meestal wel iemand van de meisjes die opstond om de leider-jongen terecht te wijzen en de mond te snoeren.
Achteraf gezien vraag ik me af of er iemand van ons de hulp had moeten inroepen van het lerarenkorps. Het was voor alle leerlingen duidelijk dat die jongen gepest werd, maar de klas werd er nooit over aangesproken door leerkrachten, behalve dan de occasionele reprimande voor de pester, maar daar bleef het bij. Het pestprobleem werd nooit op een structurele manier aangepakt. Ik vraag me af hoe dit probleem het beste zou worden aangepakt. Het lijkt me niet evident om de pester ervan te overtuigen dat zijn gedrag fout is, en het lijkt me ook niet evident om bijvoorbeeld de gepeste te overhalen om naar de directie te stappen. Hadden de leerkrachten zelf structureel moeten ingrijpen, of had de gepeste hulp moeten inroepen?
....
Reacties van de andere groepsleden op deze gevalstudie
(Hye-Sook) Ik kan me voorstellen dat je als gepeste niet durft in te grijpen. Ik verwacht dan eigenlijk ook dat de leerkrachten en misschien vooral de klastitularis alert zijn voor pestgedrag. Als dit meermaals is voorgevallen in verschillende lessen, kan ik me moeilijk voorstellen dat hier nooit eens iets over is gevallen op een klassenraad. Struisvogelgedrag is gemakkelijk, maar het welzijn van de leerling (‘het goed in je vel voelen in een groep’) primeert. Je kan anders toch niet verwachten dat de leerlingen opgroeien tot zelfzekere volwassenen, die streven om het beste uit zichzelf te halen? Ik denk dat je de ‘pestkop’ moet duidelijk maken dat een dergelijk gedrag niet door de beugel kan en dat er zal opgetreden worden als er niks verandert. Dat de hele klassenraad ervan overtuigd is dat pesten niet getolereerd wordt, dat iedereen een oogje in het zeil zal houden en dat er zonder aarzelen stappen zullen ondernomen worden, bij langdurig gepest. Als je de pestkop al confronteert met zijn gedrag en het feit dat je hier als lerarenteam van op de hoogte bent, denk ik dat je de leerling in kwestie toch een deeltje van zijn onaantastbaarheid wegneemt.
(Nico) Volgens mij is het in de eerste plaats aan de leerkrachten om een veilige leeromgeving te creëren. Zij dienen het groepsgevoel te bewaken en kunnen ervoor zorgen dat elke leerling zich goed voelt in de groep door bijvoorbeeld tolerantie te benadrukken en te communiceren met de betrokken leerlingen over het geobseerveerde gedrag. Zo kunnen zij ook de oorzaak van het conflict achterhalen: wil de pester gewoon stoer en populair zijn of zijn er dieperliggende oorzaken? Doordat de relatiedimensie in deze klas verstoord was, had dit hoogstwaarschijnlijk ook een negatieve impact op de taakgerichtheid van de klas. Ook de leerkrachten hadden er dus belang bij om dit conflict op te lossen en het is dan ook raar dat ze onvoldoende actie ondernomen hebben.
Voor leerkrachten is het misschien niet altijd evident om het onderscheid te maken tussen plagen en pesten, maar ik denk dat in deze situatie toch wel duidelijk was dat het om pestgedrag ging (verbale agressie: schelden, vernederende opmerkingen). De leraren hadden preventiever en structureler moeten ingrijpen i.p.v. gewoon reactief en occasioneel het pestgedrag te bestraffen.
Het lijkt mij absoluut niet evident voor de gepeste leerling om hulp in te roepen. Het pestgedrag vond namelijk vaak plaats onder de ogen van de leerkrachten en toch ondernamen die weinig actie. De directie gaf enkel een waarschuwing aan de pester. De gepeste leerling had hierdoor misschien de indruk dat de leerkrachten en de directie het probleem niet ernstig namen en het bijgevolg geen enkele zin had naar hen toe te stappen.
Dit lijkt mij wel een goed voorbeeld om het principe van “mediation door leerlingen” op toe te passen. Hierbij kunnen leerlingen ook een bijdrage leveren aan een veiliger schoolklimaat door als mediator of conflictbemiddelaar hun medeleerlingen te helpen bij het oplossen van hun conflicten. De mediator mag dan wel geen medeleerling uit de klas zijn, maar bijvoorbeeld wel iemand uit een andere klas. Dit principe kan natuurlijk enkel toegepast worden als het ingebed is in het schoolbeleid, wat in deze case niet het geval is.
(DelphineN) Ik vind ook dat vooral de leerkrachten een verantwoordelijkheid hebben in het (hopelijk) voorkomen, dan wel toch bestrijden van pestgedrag. Dat de gepeste niet durft op te komen voor zichzelf, is niet verwonderlijk: hij staat buiten de groep en vertoont waarschijnlijk teruggetrokken . Dat ook de andere leerlingen niet structureel ingrijpen (enkel beschermen) kan hen volgens mij niet worden verweten: je moet al héél erg sterk in je schoenen staan om tegen een agressief gedrag van de pester averechts te reageren (cf. roos van Leary): de leerlingen hebben een natuurlijke reactie gehad en werden in een defensieve positie gedrukt door de agressor. Het is immers een natuurlijke reactie om bij agressie te willen vechten, vluchten of verstarren.
Voor de leerkracht daarentegen, is het noodzakelijk dat hij die drie primaire, natuurlijke reacties overstijgt. Het moet het duidelijk geweest zijn dat dit type gedrag écht instrumentele agressie was, actief gericht tegen één persoon. Dat heeft niets te maken met het onladen van emoties en kan dus niet worden goedgepraat. Belangrijk lijkt mij dat er ook binnen het lerarenkorps actief gewerkt wordt aan een gezamelijke en consequente pestbestrijding: niet alleen moeten leerkrachten worden voorgelicht om pestgedrag te herkennen, ook moet er een soort gezamelijke reactie worden afgesproken, zodat het lerarenkorps als één man sterk tegen de pester kan optreden. Dàt is denk ik de beste aanpak: dat de leerkrachten en directie zelf een actieve en eenvormige strategie inzetten om pesten te bestrijden.
(Inna)
Wat ik persoonlijk verbazend vind is het feit dat de leerkrachten met het lesgeven doorgingen in zo’n verschrikkelijke situatie. Charlotte schrijft: ”Er ging geen week voorbij of de jongens hadden ruzie, zetten de klas op stelten of zorgden voor onrust en onderbrekingen in de lessen.“ Of:”Op de duur werd bijna elke les onderbroken doordat die twee jongens met elkaar ruzie kregen of elkaar aan het beledigen waren. “ Ik kan me voorstellen dat leraren niet altijd doorhebben dat iemand uit de klas gepest wordt, maar zelf maanden doceren in dergelijke omstandigheden en niets ondernemen om orde in de klas te brengen??? Dat is een schreeuwend onprofessionalisme. De klas werd nooit over de pesterij aangesproken door leerkrachten. Zwakke pogingen van de lesgevers om de pester ter verantwoording te roepen leidden tot niets. De meisjes! moesten opstaan om de pestkop terecht te wijzen. Ik vind deze situatie schandalig, want ik zoek naar de redenen van de passiviteit en blindheid van de leerkrachten en eerlijk gezegd kan ik niet onmiddellijk iets bedenken.
Het is zo klaar als een klontje dat het de plicht was van de leerkrachten om vanaf het begin orde te scheppen en discipline te bewaren tijdens de lessen. Dat is dus het eerste wat ze moesten doen. De tweede logische stap zou volgens mij zijn om enkele afzonderlijke gesprekken te plannen en uit te voeren met de jongen die gepest werd, met de pestkop, met de andere jongens en meisjes, alsook met de ouders van de beide partijen. Deze gesprekken zouden kunnen helpen om een duidelijk inzicht in de situatie te krijgen. Ik vind het vanzelfsprekend dat dit conflict een grondig onderzoek en een serieuze aanpak verdient van heel het lerarenteam en ook van het CLB. De samenwerking van de leerlingen uit de klas, het lerarenteam en het CLB zou een eind kunnen maken aan de pesterij.
(Ilse)
In deze situatie kan de schuld niet alleen bij de pesters gelegd worden. De leerkrachten hebben hier ook redelijk wat fouten gemaakt. De leerkrachten hebben volgens mij de situatie niet snel genoeg aangepakt en gewoon genegeerd. Dit toont dat ze niet echt veel interesse hebben wat er omgaat in de leefwereld van de leerlingen, of ze zien het wel maar zwijgen liever omdat ze dan extra energie moeten steken in het oplossen van het probleem. Er kan altijd wel rumoer zijn in de klas en een beetje vrolijke opmerkingen, maar deze mogen niet gaan uitdraaien op mensen gaan uitlachen op hun uiterlijk of gemaakte fouten in de les. Tenslotte ben je toch op school om bij te leren, om tijdens de les zo goed mogelijk mee te werken en durven fouten te maken. Het is beter om tijdens de les fouten te maken, dan op het examen. Ik vind dat een leerling die een fout gemaakt heeft, hier dan ook niet mag op afgestraft worden, en zeker niet door de medeleerlingen. Hier is het de taak van de leerkracht om dat in de kiem te smoren en de pestkop hierover aan te spreken. zoals je hier kon lezen verschuift het pestgedrag zich heel snel (in zelfde lesuur) en gaat van lachen met een fout, naar het lachen met fysieke kenmerken. Dit gedrag is ontoelaatbaar en de leerkracht moet ingrijpen. Een leerling dan naar de directeur sturen, biedt geen oplossing. De leerling moet begrijpen dat zijn gedrag niet juist is, en dat dit op school (en daarbuiten) niet kan.
Het is dan ook niet de bedoeling dat de andere leerlingen de problematiek rond pesten in de klas moeten aanpakken. De leerkracht zou dit wel samen met de leerlingen kunnen aanpakken door hierover een onderwijsleergesprek te houden, of een opdracht te geven om een presentatie te geven (in groep) over pesten. Hierbij zou ik de groep volledig omgooien, in de zin dat niemand met zijn of haar beste vriend(in) mag samenwerken. Het systeem van loterij beslist wie met wie zal samenwerken. Door groepjes zo te mixen, kan je ook stuiten op het probleem dat niet iedereen graag zijn thuissituatie toont, waarvoor ik alle begrip heb.
Ik begrijp ook dat niet iedereen dicht bij elkaar woont, of niet iedereen internet (of pc) thuis heeft, dus ik zou hen tijdens de les laten werken aan deze opdracht. Op deze manier leren ze ook samenwerken met iemand waarvan ze op het eerste zicht dachten dat die persoon hen niet zou liggen. Rond de leeftijd van 16 jaar veranderen vriendschappen ook enorm. Uiterlijk en uiterlijke schijn zijn heel belangrijk. Iemand kan niet aanvaard worden door een groepje, louter gebaseerd op uiterlijk. Die leerling kan dan enorm geïsoleerd raken en dat is ook niet de bedoeling. Het is de taak van de leerkracht om de dialoog aan te gaan en aan te tonen dat niet iedere vriendschap dezelfde is. in dit geval kan de ene jongen bijvoorbeeld niet toegelaten worden tot de groep omdat hij niet over voetbal kan meepraten, of omdat hij minder athletisch is en niet kan deelnemen aan dezelfde activiteiten als de groep. Hier kan je bijvoorbeeld wel een raakpunt zoeken, waardoor er wel nieuwe en aparte vriendschappen ontstaan. De 'andere' jongen kan misschien wel heel goed gitaar spelen of zingen, en wie weet hebben er nog wel mensen dezelfde interesse. Het is niet eenvoudig om dit te proberen verwezenlijken als leerkracht, want dit kan positief of negatief uitdraaien, maar toch vind ik het de moeite waard om het pestgedrag aan te pakken op een constructieve manier en hierbij zoveel mogelijk de groep mee te betrekken in het verhaal.
(DelphineD) Ik vond het heel raar om te lezen dat de meisjes die jongen moesten "beschermen" tegen de pesters. Zoals jij het beschreef, moet het voor de leerkrachten toch al heel lang duidelijk geweest zijn wat er aan de hand was. Daarom hadden ze misschien niet direct door dat die ene jongen gepest werd, maar ze moesten toch al gezien hebben dat er problemen waren. Ze konden de jongens al eens apart aangesproken hebben om tot de grond van het probleem te komen. De gepeste jongen zal inderdaad niet snel bij de leerkrachten gaan voor hulp. Maar als je als leerkracht aangeeft dat je ziet dat er een probleem is, zou die jongen sneller kunnen aangeven dat hij gepest werd. Als je als leerkracht toont dat je het probleem wil oplossen, dan zal de leerling naar jou komen. Als je je kop in het zand steekt, dan moet je niet verwachten dat de leerling jou in vertrouwen zal nemen.
Ik vind het heel erg dat de leerkrachten het zo ver hebben laten komen, dat de meisjes van de groep zelf moesten opkomen tegen de pesters. Dat had tot een geëscaleerde situatie in de klas kunnen leiden (al is dat gelukkig niet gebeurd, volgens wat ik uit het verhaal afleid).
De leerkrachten hadden de pesters meteen moeten aanspreken op hun gedrag. Er zijn in veel scholen wel genoeg manieren om pestgedrag te sanctioneren. Het is belangrijk dat de pesters aangesproken worden en dat zij duidelijk weten dat dergelijk gedrag niet kan en wat de sancties zijn. De leerkrachten moeten ook allemaal achter hetzelfde idee staan en op dezelfde manier reageren op het pestgedrag. Dergelijke zaken kunnen (en zouden moeten) besproken worden in de klassenraad.
Ik sluit me dan ook aan bij Ilse: praten over/werken rond pesten in de klas. De leerlingen moeten beseffen wat pesten is, wat de gevolgen kunnen zijn. Ze moeten over hun eigen gedrag kunnen nadenken en dan zullen ze misschien zelf ook veranderen. En ook al veranderen ze niet, ze zullen sowieso stilstaan bij hun gedrag. Als ze dan nog hun gedrag niet aanpassen, dan moeten gepaste straffen volgen!
Conclusie
Uit de reacties blijkt dat de aanpak van het lerarenkorps in dit geval als onvoldoende doortastend kan worden beschouwd. De consensus lijkt te zijn dat het niet alleen onaanvaardbaar is dat een dergelijke situatie zich over een dermate lange periode kon ontwikkelen, maar ook dat het verdedigen van het gepeste individu in geen geval de verantwoordelijkheid van medeleerlingen mag zijn. Het is de taak van de leerkracht om in te schatten wat er in de klas leeft en om conflictsituaties in de mate van het mogelijke in de hand te houden. Misschien was het voor mij, als leerling niet duidelijk wat er leefde in de klassenraad en wat de acties waren die het lerarenkorps ondernam om de gepeste te helpen. Daarom wil ik ook zeker de nadruk erop leggen dat het duidelijk belangrijk is dat er glashelder gecommuniceerd moet worden, niet alleen naar de gepeste toe, maar uiteraard ook naar de klassengroep. De leerkrachten hadden duidelijk moeten communiceren dat pesten onaanvaardbaar is en dat er wel degelijk consequenties aan verbonden zijn. Waarschuwingen e.d. kunnen nooit meer dan een tijdelijke oplossing zijn, er moet daadkrachtig opgetreden worden. Openlijk conflict in de klas moet onmiddellijk in de kiem gesmoord worden, oplossingen kunnen er enkel komen in een rustig gesprek tussen de twee jongens in kwestie, gemodereerd door de leerkracht. Zonder de aanwezigheid van medeleerlingen is er minder geldingsdrang, waardoor een grotere sereniteit mogelijk is. Het doel moet zijn om de vijandigheid te neutraliseren, enerzijds door een gevoel van wederzijds begrip en respect op te roepen, anderzijds door te benadrukken dat een herhaling van pesterijen onherroepelijk gevolgen zal hebben. Als er nadien toch nog conflicten zouden ontstaan, is het van groot belang dat hier consequent en gepast op gereageerd wordt. Hier is het belangrijk dat het lerarenkorps goed communiceert, zoals ook in de reacties benadrukt werd. Sancties moeten proportioneel zijn en er moet op worden gelet dat er geen uitlokkingsgedrag van de andere kant komt. Het is van kapitaal belang dat waarschuwingen hard gemaakt worden, zodat ze hun effect in de toekomst niet missen en zodat dergelijke situaties niet meer kunnen voorkomen.
Doordat ik dit meemaakte, en erover kon praten in deze opdracht, er een grondige analyse van kon maken en andere reacties erover kon lezen, besef ik meer wat een impact conflictgedrag in het algemeen, en pestgedrag in het bijzonder, maakt. Pestgedrag beïnvloedt niet alleen de direct betrokkenen, maar ook iedereen die er rechtstreeks en onrechtstreeks bij betrokken is, niet in het minst de medeleerlingen. Als leerkracht heb je dan ook een grote verantwoordelijkheid door ervoor te zorgen dat pestsituaties en conflictsituaties niet escaleren. Je moet niet alleen taakgericht zijn, maar in veel situaties vooral ook sociaal-emotioneel gericht. Ik vrees dat heel wat leerkrachten deze dimensie vaak onderschatten en dat ze te weinig aandacht hebben voor het feit dat alle leerlingen zich goed in hun vel moeten voelen. Wat er in de klas gebeurt draag je als leerling immers lang mee en tekent je, soms goed, soms slecht. Het is belangrijk om een veilige leeromgeving te hebben, waar je later met een gerust gevoel naar kunt terugkijken.
...